Prg. 2022/172
Overschrijding van de veertiendagentermijn in art. 816 Rv (inleveren betekeningsexploot van verzoek tot echtscheiding) leidt niet tot niet-ontvankelijkheid, omdat deze bepaling primair is bedoeld om het beginsel van hoor en wederhoor te waarborgen.
HR 01-04-2022, ECLI:NL:HR:2022:481
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
1 april 2022
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink
- Zaaknummer
21/00924
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS645730:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Familieprocesrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:481, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 01‑04‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:1020, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 29‑10‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑03‑2021
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Is verzoeker niet-ontvankelijk bij niet-tijdige betekening verzoekschrift tot echtscheiding?
Nee. Betekeningsvoorschrift is vooral bedoeld om deurwaarder in te schakelen, die meer waarborgen biedt dat andere echtgenoot verzoek tijdig bereikt voor hoor en wederhoor.
Samenvatting
Het cassatiemiddel klaagt namens de man dat het hof hem ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn verzoek tot echtscheiding. Het verzoekschrift is bij de rechtbank op 2 december 2019 ontvangen. Een afschrift daarvan is op 8 januari 2020 aan de vrouw betekend, waarna het betekeningsexploot bij brief van 22 januari 2020 bij de rechtbank is ingediend. De man heeft zich dus niet gehouden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.