Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/7.3.b
7.3.b Toegangsweigeringsvoorwaarden: algemeen
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS605902:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het klaarblijkelijkheidsvereiste komen in paragraaf 7.4g afzonderlijk aan bod.
Consultatieversie Wet versterking cassatierechtspraak, p. 2-3, gedownload via www.internetconsultatie.nl.
Zie in de memorie van toelichting voor belang bij beroep: Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 3, p. 2, 5, 6, 18; 19; belang bij klacht: Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 3, p. 11; en belang in algemene zin Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 3, p. 6, 18.
Zie hiervoor de conclusie van A-G Knigge, punt 5.5.6, voor HR 11 september 2012, NJ 2013/241.
HR 11 september 2012, NJ 2013/241, NJ 2013/242, NJ 2013/243, NJ 2013/244, r.o. 2.1.3.
HR 11 september 2012, NJ 2013/241, NJ 2013/242, NJ 2013/243, NJ 2013/244, r.o. 2.2.3.
HR 7 juni 2016, NJ 2016/430, r.o. 2.1, 2.4.3 en 2.6.
HR 11 september 2012, NJ 2013/241, NJ 2013/242, NJ 2013/243, NJ 2013/244, m.nt. Bleichrodt onder HR 22 januari 2013, NJ 2013/245; HR 7 juni 2016, NJ 2016/430, m.nt. Van Kempen.
Zie ook Robroek 2015, 146-155.
Dat alleen beleidsvrijheid tot toelating bestaat, sluit zoals opgemerkt niet uit dat de Hoge Raad toch (grote) beoordelingsvrijheid heeft om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Hoeveel ruimte er bestaat om de toegang tot cassatie te weigeren, hangt daarom af van de invulling van de twee centrale toegangsweigeringsvoorwaarden van ‘onvoldoende belang bij het beroep’ en ‘niet tot cassatie kunnen leiden’.1
Hoe belangrijk is de precieze formulering van artikel 80a RO wat betreft deze toegangsweigeringvoorwaarden? In het conceptwetsvoorstel dat ter consultatie is geopenbaard was als maatstaf opgenomen dat “de klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat zij klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden of van te gering belang zijn”.2 Naar aanleiding van opmerkingen daarover is de volgorde aangepast en formulering van het eerste lid van artikel 80a RO veranderd, “overigens zonder de strekking te willen veranderen”, aldus de toelichting.3 Dat de wet thans spreekt van het belang bij het cassatieberoep van de partij die beroep instelt in plaats van het belang van de klachten, lijkt dus een betekenisloos detail. Daarop duidt ook het geheel van de wetsgeschiedenis, waarin afwisselend van ‘belang bij het beroep’, ‘belang bij een of de klacht(en)’ of gewoonweg van ‘belang’ wordt gesproken.4 Wat onder het woord ‘belang’ moet worden verstaan, en wiens belang dat betreft, is van zichzelf niet evident.
Verder verdient aandacht dat enkele in de toelichting genoemde voorbeelden van gevallen die onder het belangcriterium zouden kunnen vallen, in de praktijk van 2012 reeds onder het ‘niet tot cassatie kan leiden’-maatstaf van artikel 81 RO vielen.5 Dit roept vragen op over de overlap tussen de twee toegangsweigeringsgronden en dus over de formulering en betekenis ervan. Dit alles plaatst vraagtekens bij de op zichzelf toch al open toegangsweigeringsgronden van artikel 80a RO, in het bijzonder de maatstaf van ‘onvoldoende belang’. Vooral het gebruik van het woord ‘onvoldoende’ geeft daaraan een onbepaald karakter. De weinig richtinggevende tekst van de wet wordt zoals uiteengezet door de wetsgeschiedenis niet wezenlijk verduidelijkt.
De grote ruimte die wettekst- en geschiedenis aldus (in feite) aan de Hoge Raad laten, heeft de Hoge Raad reeds in de overzichtsarresten van 11 januari 2012 ook erkend en als het ware geclaimd. Overwogen is dat “de cruciale vraag wanneer sprake is van klachten in de zin van art. 80a, eerste lid, RO zich — zeker op dit moment — niet leent voor een uitputtende en min of meer definitieve beantwoording. Het zal daarbij immers in hoge mate aankomen op de omstandigheden van het geval. Bovendien valt te verwachten dat de met voormelde wet geïntroduceerde ‘selectie aan de poort’ zich zal ontwikkelen.”6 Op een andere plaats in de arresten wordt van een opsomming van verzuimen die zich lenen voor 80a-afdoening benadrukt dat met die opsomming niet naar volledigheid wordt gestreefd.7 In het recentere overzichtsarrest van 7 juni 2016 onderstreept de Hoge Raad dit opnieuw, in het bijzonder het oordeel over de ‘onvoldoende belang’-maatstaf wordt “vaak sterk” of “vooral” bepaald door de bijzondere omstandigheden van het geval.8 De Hoge Raad behoudt zich daarmee de mogelijkheid voor het toepassingsbereik van artikel 80a RO door de jaren heen te veranderen, bovendien zonder daarbij in de overzichtsarresten een uiterste grens te markeren. Hierbij is relevant dat artikel 80a RO door alle kamers van de Hoge Raad kan worden gebruikt, hetgeen aan elke kamer een zekere ruimte geeft voor fine tuning van de bepaling op de bijzondere noden van de betreffende kamer.9
De maatstaven uit artikel 80a RO spreken dus niet voor zich, terwijl de strafkamer van de Hoge Raad de invulling ervan in strafzaken wezenlijk openlaat. Ondanks deze openheid van het toepassingsbereik van artikel 80a RO, is het toch interessant om te bezien welke toepassing de bepaling thans al krijgt. Daartoe worden hieronder primair de overzichtsarresten van 11 september 2012 en 7 juni 2016 geanalyseerd,10 maar komen zeker ook de gepubliceerde 80a-afdoeningen aan bod. Omdat deze overzichtsarresten tamelijk omvangrijk en voor eenieder gemakkelijk toegankelijk zijn, wordt afgezien van integrale overname van de centrale rechtsoverwegingen uit deze arresten.11