Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.B.6
6. De akte als ‘notariële finale’
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS479832:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de vraag t.a.v. de noodzaak van een notariële akte nader onderdeel C.4.c van dit hoofdstuk.
Zie over de rol van de notaris bij kavelruil uitgebreid hoofdstuk 111, onderdeel E.
Zie tevens hfdst. I, onderdeel G.6.e hiervoor, trui. nt 465. Terzijde: het passeren van de akte van kavelruil van een groot en/of belangrijk landinrichtingsproject is dikwijls een feestelijke gebeurtenis, die regelmatig ‘op locatie’ plaatsvindt Media-aandacht is op een dergelijke ‘notariële signeersessie’ niet ongebruikelijk.
L. Oomens, ‘Ruilverkaveling’, p. 575, spreekt in dit kader over twee akten: ‘(…) ééne van de ruilverkavelingsovereenkomst en éêne van de verkaveling.’
Zie tevens L. Oomens, ‘Ruilverkaveling’, p. 575.
Zie in dit kader tevens HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2098, in welk arrest een oordeel is gegeven over de uitleg van een kwijtingsbeding in een overeenkomst van kavelruil. De HR concludeerde dat het beroep van verweerders op de kwijting ongegrond is, aangezien vaststond dat verweerder t.t.v. het opstellen van de overeenkomst de koopprijs voor de grond abusievelijk nog niet had voldaan, doordat zij niet in de (door de notaris opgemaakte) afrekeningen was opgenomen en verwerkt. Zie over deze uitspraak uitgebreid B.I. Kraaipoel, ‘Kwijting is nog geen kwijtschelding; de uitleg van een finale kwijting in een (kavelruil-) overeenkomst’, in: Bb 2014/16, die de uitkomst van deze procedure als redelijk kwalificeert.
Artt. 49-60 WILG.
Artt. 81-82 WILG.
En – niet te vergeten – de bijbehorende declaratie te legitimeren.
De diverse gebruikte modellen verschillen op bepaalde onderdelen nogal van elkaar, zo concludeer ik o.b.v. een blik op een vijftal modelaktes van notariskantoren in den (agrarische) lande: zo treft men bepalingen aan krachtens welke een partij die zich ná het sluiten van de overeenkomst alsnog terugtrekt uit de kavelruil verplicht wordt bij te dragen in de te zijnen behoeve gemaakte kosten, wordt niet-verkrijging van de (provinciale) subsidie in een enkel geval als ontbindende voorwaarde voor de kavelruiiovereenkomst opgenomen (wellicht een overblijfsel uit de Liw-praktijk, alwaar het niet-verkrijgen van ministeriële goedkeuring standaard als ontbindende voorwaarde werd opgenomen) en bestaat er een aanmerkelijk onderscheid in het aantal bijlagen dat aan een overeenkomst c.q. akte wordt gehecht (kaartmateriaal, staat van inbreng en toedeling, correspondentie met de Belastingdienst) en de inhoud daarvan.
Kamerstukken II 2005/2006, 30509, nr. 21, p. 3. Overigens was verschaffing van de modelovereenkomst primair bedoeld om de fiscale afdoening te vereenvoudigen, aldus de minister. Zie tevens grenspost 2, hfdst, H, onderdeel G4.e.
In de Nota van Toelichting bij het Besluit herverkaveling herformuleert de minister dit voornemen, zie Stb. 2009, 397, p. 7:‘Met het besluit wordt geen modelovereenkomst verplicht voorgeschreven. De praktijk inzake kavelruil is te divers om daarvoor een op alle gevallen toegesneden modelovereenkomst voor te schrijven. Wel zal, zoals aangegeven in eerdergenoemde brief van 8 september 2006 aan de Tweede Kamer, aan de notariële praktijk een (niet-verplichte) modelovereenkomst met enkele richtlijnen voor de inhoud van een kavelruiiovereenkomst worden verschaft.’ Ook deze laatstbedoelde modelovereenkomst heeft nimmer het levenslicht gezien.
Iedere kavelruil kent een ‘notariële finale’: op basis van de kavelruilovereenkomst stelt de notaris de (kavelruil)akte op.1
Vervolgens wordt de akte notarieel verleden en draagt de notaris2 zorg voor de op grond van artikel 85 lid 5 vereiste inschrijving van de akte in de openbare registers.
Ondertekening van de akte zal, met name bij omvangrijke kavelruilprojecten waarbij een groot aantal partijen betrokken is, om praktische redenen dikwijls bij volmacht geschieden.3
De akte van kavelruil is het tweede moment in de kavelruilketen waarop de notaris verplicht moet worden ingeschakeld. Het eerste ‘verschijningsmoment’ van de notaris is ter gelegenheid van de in de openbare registers in te schrijven kavelruilovereenkomst.4 De verhouding tussen overeenkomst en akte is, gelet op de tekst van artikel 85 lid 1, aldus: via de (obligatoire) overeenkomst verbinden de deelnemende partijen zich tot samenvoeging van onroerende zaken en vervolgens tot verkaveling van de massa, waarna de notariële akte de verdeling ‘formaliseert’. De inhoud van de kavelruil wordt dus vastgesteld in de overeenkomst, waarna de notariële akte de nieuwe eigendomssituatie doet ontstaan.5 Eenzelfde juridische ‘tandem’ als bij de koopovereenkomst en de akte van levering het geval is. In de akte van kavelruil worden dan ook bepalingen aangetroffen, die tevens in een leveringsakte te vinden zijn. Denk bijvoorbeeld aan garantiebepalingen, bepalingen met betrekking tot de risico-overgang en kwijting voor de (eventuele) verplichtingen aangegaan bij de kavelruilovereenkomst en geconstateerd in de akte.6
Wanneer de kavelruil wordt beschouwd in relatie tot de rechtsfiguur ‘herverkaveling’, waar de kavelruil van is afgeleid, ontwaart men een parallel met het ruilplan7 en de akte van herverkaveling.8 De overeenkomst vormt alsdan de pendant van het (volledige) ruilplan. De akte is ook bij de herverkaveling het moment waarop de verkaveling definitief haar beslag krijgt.
In dit kader komt de vraag op waarom er twee afzonderlijke stukken nodig zijn om de kavelruil te doen plaatsvinden. Vooral gezien het feit dat in de overeenkomst al vrijwel de gehele marsroute vastligt, is een vraag naar het zelfstandig nut en het onderscheidend karakter van de beide documenten gerechtvaardigd. Het antwoord op deze vraag wordt mijns inziens in belangrijke mate gevonden in de meerwaarde van het notariaat: de overeenkomst, waarvoor de notariële vorm niet is voorgeschreven, zal weliswaar de uitgangspunten en de gewenste eindsituatie van de kavelruil bevatten, maar de zekerheid dat deze doelen daadwerkelijk geheel conform de wensen en uitgangspunten van de betrokken partijen worden gerealiseerd wordt gegarandeerd door de notariële akte. De notaris is de enige die op grond van opleiding en ervaring de vereiste deskundigheid bezit om met betrekking tot onder meer eigendomskwesties (verervingen, gemeenschappen), betwiste rechten, erfdienstbaarheden en buurwegen de juiste analyse te kunnen maken en de benodigde juridische formulering in de akte op te nemen. De notariële kennis waarborgt daarmee een goede afloop van een kavelruilproject. De notariële akte van kavelruil is derhalve een essentieel onderdeel van het verkavelingsproces, die de notaris met voldoende agro-juridische kennis de kans geeft te ‘excelleren’ en zijn meerwaarde te onderstrepen.9
Binnen het notariaat worden diverse modellen voor de overeenkomst tot en de akte van kavelruil gebruikt. Diverse in het agrarisch recht gespecialiseerde kantoren hebben daarbij hun eigen, over het algemeen inhoudelijk goed vormgegeven, modellen ontwikkeld.10 Het (agro-) notariaat kan met de overeenkomst en akte van kavelruil op ‘modellengebied’ derhalve prima uit de voeten. Er is dan ook geen behoefte aan een van overheidswege verstrekte modelovereenkomst. In zijn brief van 8 september 2006 gaf de minister van LNV aan voornemens te zijn een dergelijke overeenkomst beschikbaar te stellen.11 Het notariaat zal er niet rouwig om zijn dat het bij dit voornemen gebleven is.12