Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/5.6
5.6 Derdenwerking van rechterlijke beslissingen
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196968:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Ook Asser heeft dit voorbeeld besproken (Asser 1997, p. 68). Derde heeft hier de betekenis van buitenstaander, vgl. 1.7.
Bijv. de onderhuurder die geconfronteerd wordt met de ontbinding van de huurovereenkomst tussen verhuurder en huurder (Asser Procesrecht/Van Schaick 2 2016/151).
Van der Wiel, NJB 2011/671. Binding aan uitspraken over het recht vloeit voort uit binding aan het recht zelf.
Van der Wiel, die spreekt over normatieve kracht, leidt dat af uit HR 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2815 (De Treek/Dexia) (Van der Wiel, NJB 2011/671). Die uitspraak houdt een “handreiking” in voor de “efficiënte en zo mogelijk uniforme beoordeling” van grote hoeveelheden (soortgelijke) geschillen over effectenlease-contracten.
Niet alleen in geval van collectieve acties, ook bij gewone procedures. Van der Wiel gaat nog een stap verder, en meent dat een oordeel normatieve werking kan hebben in een procedure tussen partijen die geen van allen waren betrokken bij het tot stand komen van dat oordeel. Beslissend is of de partij tegen wie dat eerdere oordeel wordt ingeroepen, voldoende gelegenheid heeft om de ongelijksoortigheid van het eerdere geschil te bepleiten. Zo’n beroep op een oordeel in een procedure tussen andere partijen is voor het onderhavige onderzoek niet van veel belang. In de enquêteprocedure waarin de onmiddellijke voorziening wordt getroffen, is de rechtspersoon partij, althans opgeroepen. In een procedure over de contractuele verplichting van de rechtspersoon, waarmee de onmiddellijke voorziening conflicteert, is de rechtspersoon eveneens partij of is hij opgeroepen.
[175] De invloed van een rechterlijke beslissing strekt zich uit tot buiten de procedure die tot die beslissing heeft geleid. Ook bij het ontbreken van gezag van gewijsde kan de beslissing effecten hebben in latere procedures. Die kunnen zich voordoen in gedingen waar een of meer zelfde partijen bij betrokken zijn, maar ook in procedures tussen andere partijen. Daarnaast kan de beslissing van betekenis zijn voor partijen die niet bij het tot stand komen van de beslissing betrokken waren, zonder dat sprake is van een latere procedure. Over enkele van die vormen van werkzaamheid gaat deze paragraaf.
[176] De beslissing kan rechtsgevolgen hebben die andere partijen in zekere mate binden. Het meest verstrekkend is die binding bij beslissingen die erga omnes werken; dan worden anderen geconfronteerd met rechtsgevolgen die bindend voor hen zijn. De binding beperkt zich dan niet tot de partijen voor wie het gezag van gewijsde geldt. Het verschil tussen het begrip gezag van gewijsde en de werking van een uitspraak komt naar voren in een voorbeeld waarin derden worden geconfronteerd met hen bindende rechtsgevolgen.1 Uitspraken als bedoeld in artikel 2:16 lid 1 BW, die luiden ‘het besluit is nietig’ of ‘vernietigt het besluit’, hebben tot rechtsgevolg dat er geen besluit (meer) is. Aan dat rechtgevolg is iedereen gebonden. Dat geldt echter niet voor de beslissingen die de rechter, om tot zo’n oordeel te kunnen komen, neemt over gronden van nietigheid of gronden voor vernietiging. Die beslissingen hebben wel gezag van gewijsde, maar ze kunnen weer ter discussie worden gesteld in gedingen tussen andere partijen of over andere rechtsbetrekkingen tussen dezelfde partijen. Die discussie zal het rechtsgevolg (‘er is geen besluit’) niet aantasten.2
Dit voorbeeld illustreert ook dat de wet voor sommige soorten beslissingen de reikwijdte van de werking bepaalt. In 5.8 zal worden bezien of de wetgever dat ook gedaan heeft voor onmiddellijke voorzieningen.
[177] Constitutieve vonnissen kunnen rechtsgevolgen veroorzaken waar derden mee te maken krijgen.3 Zij kunnen niet heen om rechtsgevolgen die in het leven zijn geroepen tussen partijen in een procedure waar ze zelf niet bij betrokken waren.
[178] Een rechterlijke uitspraak waarin een rechtsregel wordt geformuleerd kan normatieve kracht hebben: de precedentwerking.4 Bindende kracht gaat van zulke uitspraken uit voor zover de geformuleerde rechtsregel overeenstemt met het geldende recht. In het algemeen zal in latere procedures een beroep op de beslissing waarin die rechtsregel is geformuleerd worden gehonoreerd.
[179] Een beslissing die geen zuiver rechtsoordeel behelst, heeft geen precedentwerking. In een procedure tussen andere partijen heeft zij evenmin de bindende kracht van het gezag van gewijsde. Van der Wiel betoogt dat zo’n beslissing in een soortgelijk geschil wel normatieve invloed kan hebben.5 Het gelijkheidsbeginsel brengt dat mee. De rechter moet vergelijkbare gevallen, voor zover ze vergelijkbaar zijn, in beginsel langs dezelfde lijnen beoordelen. Het is rechtvaardig en efficiënt, om aan een gegrond betoog van een partij dezelfde rechtsgevolgen te verbinden als in een eerdere procedure aan dat betoog zijn verbonden. De wederpartij in de latere procedure kan evenwel verweer voeren tegen dat betoog. Daarmee krijgt in die latere procedure de partijautonomie vorm. Het verweer kan een verschil blootleggen met het geschil dat in het eerdere geding werd beslecht. Dat kan ertoe leiden dat in de latere zaak afwijkend wordt geoordeeld. De normatieve werking van oordelen die geen zuivere rechtsoordelen zijn, betreft zodoende een voorwaardelijke binding, aldus Van der Wiel. Hij meent dat een oordeel, waarop een partij invloed heeft kunnen uitoefenen, in een latere procedure, waarin die partij dezelfde positie inneemt, tot uitgangspunt kan worden genomen.6