Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/12.7.2
12.7.2 Nietigheid en artikel 23/24 EEX-V) en 17/18 Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS418022:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Van Houtte/Pertegás Sender, Het nieuwe Europese IPR, p. 39.
Anders Kropholler, EZPR, p. 253, nr. 97.
De Heer, Internationale expeditie en rechtsmacht, NIPR 2000, p. 154.
HvJ 3 juli 1997, zaak C-269/95, Benincasa/Dentalkit, Jur. 1997, p. 1-3767, NJ 1999, 681 en ook r.o. 24 en 25.
HvJ EG 3 juli 1997, zaak C-269/95, Benincasa/Dentalkit, Jur. 1997, p. 1-3767, NJ 1999, 681, r.o. 24 e.v.
Harris, ELR 1998, p. 282 bestrijdt dit argument met de redenering dat de lex causae ook de forumkeuze omvat, zodat geen reden bestaat voor het maken van een onderscheid.
HvJ EG 3 juli 1997, zaak C-269/95, Benincasa/Dentalkit, Jur. 1997, p. 1-3767, NJ 1999, 681, r.o. 25 hetgeen mijns inziens niet juist is, omdat de rechtsgeldigheid van een forumkeuze is onderworpen aan de lex causae. Ik verwijs naar par. 12.2; Killias, Festschrift flir Kurt Siehr, p. 69.
HvJ EG 4 maart 1982, zaak 38/81, Effer/Kantner, Jur. 1982, p. 825, NJ 1983, 508, r.o. 6 en HvJ EG 13 juli 1993, zaak C-125/92, Mulox IBC/Geels, Jur. 1993, p. 1-4075, NJ 1997, 61, r.o. 11.
HvJ EG 4 maart 1982, zaak 38/81, Effer/Kantner, Jur. 1982, p. 825, NJ 1983, 508.
HvJ EG 14 december 1977, zaak 73/77, Sanders/Van der Putte, Jur. 1977, p. 2383, NJ 1978, 654.
CC lère ch. civ. 4 juli 1972, Clunet 1972, p. 843 (`Hechf), Rev. Crit. 1974, p. 82.
Bisschof, Clunet 1998, p. 585; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 111; Gothot/Holleaux, La Convention, p. 100, nr. 179; Beraudo, Jurisclasseur, fasc. 3010, suppl. 3, 1989, p. 30; GaudemetTallon, Civil Jurisdiction, p. 139.
MvT Wetsvoorstel 24 651 betreffende art. 8 lid 6 Rv.
HvJ EG 3 juli 1997, zaak C-269/95, Benincasa/Dentalkit, Jur. 1997, p. 1-3767, NJ 1999, 681.
Bisschof, Clunet 1998, p. 584; Van Haersolte-Hof, NTER, p. 207; Penis, Ondememingsrecht 1999, p. 171; De Heer, Internationale expeditie en rechtsmacht, NIPR 2000, p. 154; anders: Harris, ELR 1998, p. 279 e.v. die niet akkoord is met scheiding van forumkeuze en hoofdovereenkomst.
In een procedure over vorderingen gebaseerd op een overeenkomst is het meest verstrekkende verweer dat geen overeenkomst bestaat of dat de overeenkomst ongeldig, nietig of vernietigbaar is. Daarmee is de verweerder in zijn visie dan (ook) bevrijd van de forumkeuze. Primair beargumenteert de verweerder hiermee de onbevoegdheid, subsidiair de afwijzing van de vordering. Het is voor een verweerder derhalve een aantrekkelijk begin van de procedure om op deze wijze verweer te voeren. Het risico van een 'automatisch' begin van een procedure door een verweer inhoudende ongeldigheid, nietigheid of vernietigbaarheid van de overeenkomst is daarmee voor de hand liggend.1 Zo doende zou iedere procedure kunnen beginnen met een bevoegdheidsincident, indien een forumkeuze ten grondslag ligt aan de bevoegdheid van het gerecht.
In de zaak Benincasa/Dentalkit2 aanvaardde het Hof van Justitie uitdrukkelijk dat een forumkeuze een afzonderlijke overeenkomst is 3 In deze zaak had Benincasa (franchisenemer) met Dentalkit (franchisegever) een franchiseovereenkomst gesloten. Daarin was voor alle geschillen de rechter te Florence bevoegd verklaard. Benincasa was van mening dat de franchiseovereenkomst nietig was en verzocht het gerecht te München (het gerecht van de woonplaats van Benincasa) dat vast te stellen. In zijn visie zou niet alleen de hoofdovereenkomst nietig zijn, maar ook de forumkeuze. Daardoor zou hij niet aan de forumkeuze zijn gebonden. Het Hof van Justitie antwoordt:
`...dat het gerecht van een Verdragsluitende Staat, dat in een volgens art. 17, eerste alinea, Executieverdrag geldig tot stand gekomen bevoegdheidsbeding bevoegd is verklaard, ook dan bij uitsluiting bevoegd is wanneer de rechtsvordering onder meer ertoe strekt, de nietigheid te doen vaststellen van de overeenkomst waarin dat beding is opgenomen:4
Het Hof van Justitie5 gebruikt voor zijn oordeel vooral de volgende redenen:
Onderscheid moet worden gemaakt tussen de forumkeuze en de materiële bepalingen van de overeenkomst;6
De geldigheid van de forumkeuze is onderworpen aan het EEX, terwijl de materiële bepalingen van de overeenkomst afhangen van de lex causae;7
Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie8 heeft het EEX onder meer tot doel:
Unificatie van het internationale bevoegdheidsrecht;
Vermijding van positieve jurisdictieconflicten;
Versterking van de rechtsbescherming van justitiabelen gevestigd in de verdragsluitende staten;
De eiser in staat te stellen gemakkelijk te bepalen welk gerecht betreffende zijn vordering bevoegd is;
De verweerder in staat te stellen vast te stellen voor welk gerecht hij kan worden opgeroepen;
Het gerecht in staat te stellen zich gemakkelijk over zijn bevoegdheid uit te spreken zonder de zaak ten gronde te onderzoeken.
De rechtszekerheid ten gevolge van art. 17 EEX wordt teniet gedaan, indien een enkele bewering dat de overeenkomst niet geldig is de forumkeuze opzij zou zetten;
De oplossing strookt met de uitspraken in de arresten Effer/Kantner9 en SandersNan der Putte.10
Als 'negatief argument acht ik belangrijk dat de andere oplossing - bevoegdheid volgens de regels van art. 2 EEX-V°Nerdrag c.q. naar Nederlands commuun internationaal privaatrecht 2 Rv e.v. - in de praktijk niet zou werken. Een beroep op nietigheid van de forumkeuze wegens wilsgebreken of anderszins wordt zelden gehonoreerd zodat de gederogeerde rechter vaak zal oordelen dat de gehele overeenkomst toch geldig is en dat hij derhalve onbevoegd is. Een aanzienlijke vertraging van de procedure is het gevolg zonder dat een oordeel over de zaak ten gronde is gegeven. Een andere oplossing zet bovendien een 'premie' op het verweer dat de overeenkomst ongeldig is. Dit verweer vertraagt en lokt 'automatische' manoeuvres van (tijdrekkende) verweerders uit. Deze stimulans dient zeker te ontbreken, aangezien internationale procedures reeds de tendens hebben lang te duren (onder meer wegens de betekeningsperikelen).
Voorts is de oplossing van het Hof van Justitie in overeenstemming met de leer over `séparabilité' van het arbitrale beding. In Frankrijk is dat aanvaard in de rechtspraak11 en literatuur.12 In Nederland is dat voor het arbitrale beding uitdrukkelijk bepaald in art. 1053 Rv. Een gelijke behandeling van het arbitrale beding en forumkeuze ligt voor de hand. In dit opzicht verzet zich niets tegen een gelijke behandeling van forumkeuze en arbitraal beding.13
Tenslotte sluit de oplossing van het Hof van Justitie aan bij het commune internationaal privaatrecht in de meeste landen, zoals blijkt in par. 12.7.4. Een gelijke inhoud van EEX-V°Nerdrag en commuun internationaal privaatrecht is in dit opzicht nuttig. Ook het Nederlandse commune internationaal privaatrecht sluit hier inmiddels op aan (art. 8 lid 6 Rv). Het is dan ook niet verrassend dat het oordeel van het Hof van Justitie in de zaak Benincasa/Dentalkit14 geen vermeldenswaardige kritiek heeft ondervonden.15