Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie
Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/3.4.3.5:3.4.3.5 De arresten Zandwinners/Gelderland en De Vries/Voorst
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/3.4.3.5
3.4.3.5 De arresten Zandwinners/Gelderland en De Vries/Voorst
Documentgegevens:
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS503637:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 11 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC1649, NJ 2008/519 m.nt. M.R. Mok, AB 2008/170 m.nt. G.A. van der Veen (Zandwinners/Gelderland). Van der Veen schrijft in zijn annotatie dat het arrest een stap verder gaat met het concept van het onzelfstandig karakter.
Hof Arnhem 25 april 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AW3547, r.o. 5.94 (Zandwinners/ Gelderland).
HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2800, NJ 2008/553 m.nt. H.J. Snijders, AB 2008/ 259 m.nt. R. Ortlep (De Vries/Voorst).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bestaande onduidelijkheid werd in elk geval niet weggenomen met het arrest Zandwinners/Gelderland.1 Gedeputeerde staten van Gelderland hadden besloten om goedkeuring te onthouden aan een bestemmingsplan dat was vastgesteld door de raad van de gemeente West Maas en Waal. Het besluit tot onthouding van goedkeuring werd echter één dag te laat bekendgemaakt aan de raad van de gemeente. Dit had tot gevolg dat het bestemmingsplan van rechtswege was goedgekeurd, en in de weg stond aan de exploitatie van een zandwinlocatie. Het van rechtswege gegeven goedkeuringsbesluit werd vervolgens onherroepelijk. In een civiele procedure stelden de benadeelde zandwinners zich (onder veel meer) op het standpunt dat de provincie Gelderland onrechtmatig jegens hen had gehandeld door het besluit tot onthouding van goedkeuring niet tijdig te verzenden. Hiermee zou de provincie gerechtvaardigde verwachtingen en een toezegging hebben geschonden. Door het Arnhemse hof wordt echter een onzelfstandig karakter toegedicht aan het wekken van de gestelde verwachtingen, omdat de zandwinners een beroep op de gestelde verwachtingen hadden kunnen doen in een bestuursrechtelijke procedure.2 De Hoge Raad sauveert dit oordeel. Volgens de Hoge Raad geldt dat de te late toezending van het besluit weliswaar heeft geleid tot een ander besluit dan door de provincie werd beoogd, maar niettemin een onzelfstandig karakter draagt en niet tot andere schade heeft geleid dan door de fictieve goedkeuring zelf is veroorzaakt. Verwijten die zijn gebaseerd op de schending van de gestelde verwachtingen en toezegging stuiten dus af op de formele rechtskracht, aldus de Hoge Raad.
Twee weken later vist een binnenhuisarchitecte achter het net in het arrest De Vries/Voorst.3 Aan binnenhuisarchitecte De Vries werd door de gemeente Voorst medegedeeld dat het exploiteren van een zelfstandig adviesbureau in de weg stond aan het verkrijgen van een uitkering. Na het beëindigen van de activiteiten van de binnenhuisarchitecte als zelfstandige, werd haar bij besluit een uitkering toegekend waaraan de voorwaarde van uitschrijving uit het Architectenregister werd verbonden. Dit besluit werd onherroepelijk. Nu de betreffende inlichtingen werden gegeven naar aanleiding van de aanvraag van De Vries van een uitkering, daarmee rechtstreeks verband hielden en kunnen worden beschouwd als voorwaarden voor de toekenning van die uitkering, hingen zij volgens het hof zozeer samen met het betreffende besluit, dat zij ten opzichte daarvan een onzelfstandig karakter droegen. Volgens de Hoge Raad heeft het hof hiermee de maatstaf uit Kuijpers/Valkenswaard aangelegd en op juiste wijze gehanteerd. Het hof heeft dus terecht geoordeeld dat de genoemde inlichtingen worden gedekt door de formele rechtskracht.