Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/4.2.1:4.2.1 Inleiding
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/4.2.1
4.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958048:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf worden enkele leerstukken besproken die de randvoorwaarden vormen waarbinnen een beheerstructuur kan worden opgericht. Dit betreft ten eerste het fiduciaverbod van art. 3:84 lid 3 BW. Er kan geen goed ten titel van beheer worden overgedragen als deze overdracht ertoe leidt dat de beheerder niet volledig rechthebbende van het goed wordt. De reikwijdte van dit artikel wordt in paragraaf 4.2.2 besproken. In paragraaf 4.2.3 komen de onderwerpen redelijkheid en billijkheid, misbruik van bevoegdheid en strijd met de goede zeden, openbare orde of dwingend recht uit art. 3:13 en 3:40 BW aan de orde. Er wordt bekeken waar de leerstukken van misbruik van bevoegdheid en van handelen in strijd met de wet, de goede zeden en de openbare orde kunnen spelen bij beheerovereenkomsten.