NJ 2025/65
Poging tot zware mishandeling. De begroting van de immateriële schade is toereikend gemotiveerd.
HR 28-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:97
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 januari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/04051
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS999459:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:97, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1203, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑03‑2024
- Wetingang
Art. 361 Sv; art. 6:106 BW
Essentie
Poging tot zware mishandeling. Het hof heeft de vordering tot vergoeding van immateriële schade van € 2.500 toegewezen en in dat verband de aard en ernst van de door de verdachte begane normschending betrokken. De begroting van immateriële schade is toereikend gemotiveerd.
Samenvatting
Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte de benadeelde partij omver heeft geduwd en hem vervolgens meermalen tegen het hoofd heeft geschopt en geslagen. Verder heeft het hof vastgesteld dat dit geweld op de benadeelde partij een ‘flinke impact’ heeft gehad en dat hij fysieke gevolgen van het geweld heeft ervaren in de vorm van hoofdpijn- ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.