Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/14.6.2.2:14.6.2.2 Eigen mening
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/14.6.2.2
14.6.2.2 Eigen mening
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS484834:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wijting 2000, p. 386; Berger 2001, p. 114.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar mijn oordeel heeft de wetgever zich alle (on)mogelijkheden met betrekking tot mandeligheid niet gerealiseerd. Bij mandeligheid is slechts gedacht aan eigendom. De beperkte rechten zijn niet aan de orde geweest. Eerder gaf ik op grond van de tekst van art. 5:60 en de niet geregelde gevolgen van het beperkte recht als onroerende zaak in de zin van art. 5:60 aan van oordeel te zijn dat beperkte rechten (opstal/erfpacht/vruchtgebruik) en mandeligheid niet samengaan. Thans meen ik – meer praktisch ingesteld – dat zich bij het beperkte recht als onroerende zaak in de in van art. 5:60 geen bijzondere problemen voordoen. Met name de tijdelijkheid van een zodanig recht vormt geen beletsel. Immers indien het beperkte recht eindigt, eindigt ook de mandeligheid.1 Een eventuele vergoeding van de eigenaar aan de ex-opstalhouders komt aan de deelgenoten samen toe. Overigens ben ik wel van mening dat het de voorkeur verdient dat de wetgever zich hierover uit laat.