Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/233
233 Naar een matigende werking?
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS370207:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Onder meer in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten is een vorm van een verplichte pay ratio opgenomen. Ook in Duitsland wordt in de wet aandacht besteed aan het afleggen van verantwoording over de verhouding tussen de beloning van bestuurders en de interne beloningsopbouw. Zie hierover de randnummers 238, 249 en 256.
Er is wel een wetsvoorstel aanhangig waarin de ondernemer verplicht wordt jaarlijks de interne beloningsopbouw met de ondernemingsraad te bespreken, zie randnummer 269. In de Code Frijns werd ook enigszins aandacht besteed aan de interne beloningsopbouw. Zie Principe II.2 Code 2008: “Bij de vaststelling van de totale bezoldiging wordt de invloed ervan op de beloningsverhoudingen binnen de onderneming meegewogen” en bpb 2.2 Code 2008: “De raad van commissarissen stelt de hoogte en de structuur van de bezoldiging van bestuurders mede vast aan de hand van uitgevoerde scenarioanalyses en met inachtneming van de beloningsverhoudingen binnen de onderneming.” Op deze wijze wordt beoogd een intern anker toe te voegen aan een beloningsproces dat tegenwicht kan bieden aan een mogelijk ‘haasje-over’ effect. In de Code van Manen (2016) komt eenzelfde zinsnede terug in bpb 3.1.2 en bpb 3.2.1 met als verschil dat in het eerste geval de interne beloningsopbouw wordt gekoppeld aan het beloningsbeleid inplaats van aan de individuele bezoldiging. De Code van Manen gaat vervolgens verder met de invoering b b 3 4 1 i C d M Zi hi d 934.
De huidige transparantieverplichtingen lijken niet het meest geschikte juridische middel om ervoor te zorgen dat de beloningsniveaus een gematigde ontwikkeling zullen kennen. De reden daarvoor is onder meer dat het perspectief van raden van commissarissen op het vaststellen van de bezoldiging op basis van externe referentie door de huidige transparantieverplichtingen niet wordt beïnvloed. Een preventieve werking zal dus slechts uitgaan van transparantieverplichtingen wanneer deze verplichtingen een aanzet geven tot het inzicht bij raden van commissarissen dat de wijze waarop het ex ante bezoldigingsniveau wordt bepaald, aanpassing verdient. Een dergelijke bewustwording zou gerealiseerd kunnen worden door de verplichting op te nemen verregaande verantwoording af te leggen over de wijze waarop de interne beloningsopbouw een rol heeft gespeeld bij het vaststellen van het ex ante beloningsniveau. De laatste jaren wordt getracht deze bewustwording te bewerkstelligen door het opstellen van wettelijke regels voor het opnemen van een pay ratio.1 Nederland blijft op dit gebied achter.2
Om te kijken welke positie Nederland inneemt in het transparantielandschap, zal in het volgende hoofdstuk onderzoek worden gedaan naar de openbaarmakingsverplichtingen die gelden in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Duitsland en Nederland. Daarnaast zullen eveneens de Europese wijzigingen die betrekking hebben op de openbaarmakingsverplichtingen van beloningen nader worden bekeken. Aan de hand van deze uiteenzetting zal worden ingaan op de Nederlandse keuze voor weinig gedetailleerde transparantieverplichtingen, het gebrek aan visie over welke mate van transparantie noodzakelijk wordt geacht en de vraag of transparantieverplichtingen beperkt moeten blijven tot statutaire bestuurders. Tenslotte wordt een aanzet gegeven tot het vormgeven van een Nederlandse pay ratio als (gedeeltelijke) oplossing voor een van de twee eerder gesignaleerde kernproblemen.