Cessie
Einde inhoudsopgave
Cessie (O&R nr. 70) 2012/VIII.11.4:VIII.11.4 Recht op informatie jegens de schuldenaar
Cessie (O&R nr. 70) 2012/VIII.11.4
VIII.11.4 Recht op informatie jegens de schuldenaar
Documentgegevens:
mr. M.H.E. Rongen, datum 01-10-2011
- Datum
01-10-2011
- Auteur
mr. M.H.E. Rongen
- JCDI
JCDI:ADS359913:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
843. Informatierecht jegens de schuldenaar. In het voorgaande ging het om de vraag of de cedent/pandgever, diens faillissementscurator of een derde die de vordering in zijn macht heeft, gehouden is informatie over de vorderingen te verschaffen, bijvoorbeeld door inzage te verlenen in de debiteurenadministratie. Een andere vraag is of ook de schuldenaar van de gecedeerde of verpande vordering daartoe gehouden kan zijn.
Indien (min of meer) duidelijk is welke vorderingen zijn gecedeerd of verpand en de cessionaris/pandhouder wenst inzage in de administratie van de schuldenaar teneinde de omvang en inhoud van de vordering te kunnen bepalen, dan zou hij in een procedure met de schuldenaar de rechter op grond van art. 162 Rv kunnen verzoeken de openlegging van de administratie te bevelen. Mogelijk kan de vordering tot openlegging van de administratie ook worden gebaseerd op art. 3:15j BW.1 Voorts zou de cessionaris/pandhouder met een beroep op art. 843a Rv van de schuldenaar inzage, afschrift of uittreksel kunnen vorderen van bescheiden die op de vordering betrekking hebben.2
Ook indien de cessionaris/pandhouder inzage wenst in de administratie van de schuldenaar om te kunnen vaststellen of er überhaupt vorderingen op deze schuldenaar zijn gecedeerd of verpand en zo ja welke vorderingen dat precies zijn, is het verdedigbaar dat met een beroep op art. 3:15j BW openlegging van de administratie van de schuldenaar wordt gevorderd. Wel geldt daarvoor naar mijn mening als voorwaarde dat er op grond van de cessie- of pandakte en de overige omstandigheden van het geval, een reëel vermoeden bestaat dat de cessie of verpanding (mede) betrekking heeft op vorderingen op de schuldenaar in kwestie.
Indien de cedent/pandgever met de schuldenaar is overeengekomen dat laatstgenoemde gehouden is om, indien nodig, inzage in zijn administratie te verlenen, teneinde de omvang en inhoud van de vordering(en) nader te kunnen bepalen, dan kan dit contractueel overeengekomen informatierecht worden aangemerkt als een nevenrecht als bedoeld in art. 6:142 BW, dat in geval van een cessie of een verpanding (ook) kan worden uitgeoefend door de cessionaris of de pandhouder. Indien men zeker wil stellen dat ook een cessionaris of een pandhouder een informatierecht heeft jegens de schuldenaar, zou daartoe in de overeenkomst met de schuldenaar een derdenbeding als bedoeld in art. 6:253 BW kunnen worden opgenomen.