Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/2.3.2.4
2.3.2.4 De rol van de wil van de oprichter
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232371:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
BGH 22 januari 1987, III ZR 26/85, BGHZ 99, 344. Minder beknopt was dit uitgangspunt al eerder tot uitdrukking gebracht door het Bundesverfassungsgericht: ‘Das eigentümliche einer Stiftung ist, daû der Stifterwille für die Stiftung dauernd konstitutiv bleibt. Charakter und Zweck der Stiftung liegen mit diesem Anfang in die Zukunft hinein und für die Dauer der Existenz der Stiftung fest.’, BVerfG 11 oktober 1977 - 2 BvR 209/76, BVerfGE 46, 73 (Stiftung Wilhelm-Anton-Hospital, Goch).
MüKoBGB 2018 Weitemeyer BGB § 81, Rn. 4.
v.Campenhausen/Stumpf in v.Campenhausen/Richter 2014 § 1 Rn. 2.
Vgl. Hof in v.Campenhausen/Richter 2014 § 8 Rn. 120.
Werner & Saenger 2008, Rn 233.
Het gegeven dat het de oprichter is die de uitgangspunten van de stichting bepaalt, is in Duitsland niet anders dan in Nederland. Het ‘[o]berstes Prinzip des Stiftungsrechts ist der Stifterwille’ aldus het Bundesgerichtshof in 1987.1
De wil van de oprichter wordt gefixeerd. Nadat deze eenmaal is opgericht heeft de oprichter als zodanig geen invloed meer op doel en activiteiten van de stichting. In Duitsland wordt in dit verband ook wel gesproken van ‘Willensperpetuierung’.2 Bij v.Campenhausen/Stumpf heet het:
‘Der Stifterwille ist das fortgeltende Grundgesetz einer Stiftung’.3
Net als in Nederland geldt in Duitsland als hoofdregel dat het de oprichter is die bepaalt of statutenwijziging mogelijk is. De reden hiervoor is, wederom net als in Nederland, gelegen in het belang dat gehecht wordt aan de wil van de oprichter. In 4.4.1.2 ga ik nader in op de mogelijkheden van statutenwijziging in Duitsland.
Ook in Duitsland betreft de wil niet de subjectieve wil van de oprichter, maar zijn geobjectiveerde wil zoals deze uit de statuten blijkt.4 De oorspronkelijke wil blijft ongewijzigd van kracht, tenzij de omstandigheden tot wijziging dwingen.5