Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/1.5
1.5 Verantwoording van methodiek en bronnen
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS584563:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie Olivier P. Gosselain, Slow science, la dÉsexcellence – blog van Paul Jorion, 23 augustus 2011 (geraadpleegd op 17 april 2014).
Het gedeelte over de maatschap met beperkte aansprakelijkheid (M-BA) bevat een fiscale paragraaf. Daarin zitten elementen die ook voor andere typen personenvennootschappen van belang zijn. Zie 4.3.5.
Over de maatschap in de zeevisserij, zie de art. 452q t/m 452w WvK. Het Ontwerp-Maeijer (art. 838 t/m 842) voorzag in vervanging van deze regeling. Over de rederij, zie art. 8:160 e.v. en 8:770 BW en Asser/Maeijer 5-V 1995/31; Wezeman 1999; Asser/Japikse 7-I 2004/503 e.v.; en Kroeze 2012a.
In deze zin reeds: Tervoort 2003b, p. 26.
Over de methodiek van het onderzoek is bij de bespreking van mijn drie sleutels het belangrijkste al gezegd. Ik voeg daar nog enkele opmerkingen aan toe.
Op enig moment hoorde ik over het door de Franse antropoloog Joël Candau geïntroduceerde idee van de slow science.1 Het betreft een onderdeel van de bredere Slow Movement, waartoe ook het bekendere slow food behoort. Het idee van de slow science is gebaseerd op de overtuiging dat wetenschap een langzaam, doorgaand, methodologisch proces is, en dat van wetenschappers niet verwacht moet worden dat zij met “snelle oplossingen” komen voor problemen waar de samenleving voor staat. Slow science bevordert nieuwsgierigheid-gedreven wetenschappelijk onderzoek en is gekant tegen performance targets. Mijn zoeken links en rechts en het rijpingsproces dat mijn inzichten doormaakte, hadden ineens een naam. En daarmee erkenning als onderdeel van de toegepaste methode.
Ik heb geen economisch, sociologisch of psychologisch onderzoek gedaan naar de effecten van regimes zonder en met beperkte aansprakelijkheid. Ik heb evenmin (gestructureerd) historisch onderzoek gedaan. De fiscaliteit is vrijwel geheel buiten beschouwing gelaten, al speelt deze in de praktijk bij de keuze voor of tegen het gebruik van een personenvennootschap een belangrijke rol.2 Bijzondere regels voor de maatschap in de zeevisserij en de aan de vennootschap verwante rechtsfiguur van de rederij blijven in dit boek buiten beschouwing.3
Het onderdeel structuurwijziging (in hoofdstuk 5) is met name gericht op de rechtsfiguren omzetting, juridische fusie en juridische splitsing. Internationale structuurwijzigingen, zoals de mogelijkheid van omzetting van een CV in een Engelse limited partnership, blijven buiten beschouwing. Het zou conceptueel weinig toevoegen aan wat aan de orde komt, maar veel tijd en ruimte in beslag nemen. Het komt mij intussen wel gewenst voor om deze kwestie bij de komende modernisering van het personenvennootschapsrecht te betrekken.4
De selectie van onderzochte en aangehaalde bronnen is sterk verbonden met de gekozen methodiek: de drie sleutels zijn in de literatuurlijst goed vertegenwoordigd. Nergens heb ik gestreefd naar volledigheid. Geprobeerd is recht te doen aan de verschillende meningen die over een onderwerp bestaan. Bij de beoordeling of en hoe diep op een controverse moet worden ingegaan, is getracht niet te ver af te dwalen van wat dienstig is voor de beantwoording van mijn onderzoeksvragen. De vermelding van eigentijdse Nederlandse auteurs op het gebied van het personenvennootschapsrecht is het meest compleet, omdat juist deze auteurs in het debat over de toekomst een belangrijke rol zullen spelen.
Het manuscript is per 1 januari 2017 afgesloten. Met nadien verschenen bronnen is slechts incidenteel rekening gehouden.