Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/2.2
2.2 De aard en functie van rechtsbeginselen
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS714013:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld: Dworkin 1977, p. 24 e.v.
Dworkin 1977, p. 24. Zie in gelijke zin: Scholten 1974, p. 12-13; MacCormick 1978, p. 19-52; Alexy 2010, p. 48.
Dworkin 1977, p. 24.
Dworkin 1977, p. 25-26, 72.
Vgl. Alexy 2010, p. 47, die meent dat rechtsbeginselen ‘Optimierungsgebote’ zijn: ze optimaliseren de werking van de rechtsregels.
Alexy 2010, p. 47. Vgl. Jansen (2003) 2021, p. 459, die het heeft over rechtsbeginselen als normatieve overwegingen die ten grondslag liggen aan aansprakelijkheidsbeslissingen.
Meuwissen, AA 1991, p. 15.
Vgl. Meuwissen, AA 1991, p. 15, die het heeft over ‘inhoudelijke articulatie’. Vgl. Nieuwenhuis 1979, p. 4, die het heeft over rechtsbeginselen als systeembouwers (“[D]e beginselen beïnvloeden niet slechts het systeem van het positieve recht, zij scheppen in veel gevallen een systeem.”)
Nieuwenhuis 1979, p. 4.
Soeteman, AA 1991, p. 33, met verdere verwijzingen.
Dworkin 1977, p. 1-46. Zie ook: Loth, WPNR 2010/6843, p. 381-382.
Dworkin 1986, p. 243. Zie ook Loth, WPNR 2010/6843, p. 381-382.
In de literatuur wordt ook wel gesproken van ‘corrigerende, ‘vereffende’ of ‘vergeldende rechtvaardigheid’ als (gedeeltelijk) alternatief voor correctieve rechtvaardigheid en van ‘verdelende rechtvaardigheid’ als alternatief voor distributieve rechtvaardigheid.
Rechtsbeginselen worden veelal gedefinieerd als tegenhanger van regels.1 Het onderscheid is volgens Dworkin principieel en logisch.2 Regels hebben een ‘alles-of-niets-karakter’: ze kunnen worden toegepast of ze kunnen niet worden toegepast.3 Als ze toepasselijk zijn op de voorliggende vraag, bepalen regels het rechtsgevolg. Met beginselen ligt dit anders. Beginselen kunnen relevant zijn voor de beantwoording van een voorliggende rechtsvraag, maar dicteren niet de uitkomst. Beginselen hebben niet een ‘alles-of-niets-karakter’. Meerdere beginselen kunnen tegelijkertijd relevant zijn en kunnen wijzen op verschillende uitkomsten. Beginselen bieden argumenten, maar zijn niet doorslaggevend bij de beantwoording van de rechtsvraag.4
Rechtsbeginselen zijn van belang voor het proces van rechtsvinding. In geval van een lacune of een onduidelijkheid in de wet, kunnen rechtsbeginselen richtinggevend zijn.5 Rechtsbeginselen helpen bij de vertaling van belangen en waarden in rechtsregels.6 Zij slaan als het ware een brug tussen deze waarden en het positieve recht.7 Meer specifiek betekent dit dat rechtsbeginselen de inhoud van het positieve recht bepalen.8
Dat rechtsbeginselen het positieve recht kunnen beïnvloeden is verklaarbaar. Rechtsbeginselen vormen een ‘onderling systeem’9 dat op een hoger abstractieniveau opereert dan het stelsel van rechtsregels. Dit abstracte systeem van rechtsbeginselen vormt de grondslag van het recht.10 Ik ga ervan uit dat rechtsbeginselen ook een zekere morele dimensie hebben. Hoe abstracter het beginsel, hoe groter deze morele dimensie is. De inhoud van deze morele dimensie hangt af van de politieke filosofie die de politieke gemeenschap aanhangt.11 Volgens Dworkin gaat het om ‘justice, fairness and due process’.12 Rechtsbeginselen zijn een uitwerking van de notie ‘rechtvaardigheid’ en kunnen als (geconcretiseerde) rechtvaardigheidsgronden van het positieve recht worden gezien. In de volgende paragraaf zet ik uiteen hoe het schuld- en het risicobeginsel een uitwerking vormen van twee vormen van rechtvaardigheid: correctieve en distributieve rechtvaardigheid.13