Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.5.4.4
6.5.4.4 Voorafgaande bekendmaking van de mogelijkheid om een Europese subsidie aan te vragen, de procedure en de voorwaarden om voor een Europese subsidie in aanmerking te komen
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS401925:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 5.4.32.
Zie paragraaf 6.3.3.
Jacobs & Den Ouden 2011B, p. 54. Zie ook Drahmann 2011C, p. 672-673.
Overigens geldt voor de migratiefondsen dat geen wettelijke regeling bestaat op grond waarvan de Europese subsidies worden verstrekt. De nationale Uitvoeringskaders zijn dan ook niet in de Staatscourant gepubliceerd.
Een dergelijke site bestaat al wel op Europees niveau: <http://ec.europa.eu/contracts_grants/grants_en.htm>. Deze site ziet ook op Europese subsidies die rechtstreeks bij de Europese Commissie of uitvoerende agentschappen moeten worden aangevraagd. Het zou echter de voorkeur verdienen indien er ook een nationale site zou bestaan. Zie voorts ook Drahmann 2011C, p. 673 die in het kader van de transparantie van het subsidieplafond pleit voor een centrale website voor alle nationale subsidies vergelijkbaar met de website van TenderNed die inmiddels wordt gebruikt voor aanbestedingen (<http://www.tenderned.n1/?gclid=CIVD(1yvH8h7ICFeTLtAodAA4Agg>).
ABRvS 18 juli 2007, AB 2008, 28, m.nt. J.H.A. van der Grinten & W. den Ouden (onder AB 2008, 29).
In de memorie van toelichting is vermeld dat de criteria voor de selectie kunnen worden neergelegd in het wettelijk voorschrift zelf, maar ook in een op grond daarvan vastgesteld plan dat de beleidsprioriteiten aangeeft. Zie Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, p. 48-49 (MvT). Zie ook Jacobs & Den Ouden 2011A, p. 207; Prenen 2009, p. 319.
Jacobs & Den Ouden 2011A, p. 207. Zie hieromtrent ook Van Omroeren 2004, p. 77.
Dit geldt voor ELFPO, het ESF en het Europees Visserijfonds. Ten aanzien van de EFROsubsidies zijn de selectiecriteria met name terug te vinden in de Toetsingskaders die per programma zijn vastgesteld. Zie het Toetsingskader OP-Oost, het Toetsingskader OP-West, het Toetsingskader OP-Zuid en het Toetsingskader OP-Noord.
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 5.4.32.
Zie voor de term 'rangschikkingscriteria' Jacobs & Den Ouden 2011B, p. 57. In het kader van Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie wordt van toekenningscriteria gesproken.
Zie hieromtrent Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 124; Jacobs & Den Ouden 2011B, p. 48. Zie ook Van Rijn van Alkemade 2011A, p. 384.
AB 2012, 63, m.nt. A. Drahmann en J.M.J. van Rijn van Alkemade.
LJN BD6074 (Stichting Fonds Collectieve belangen voor Pluimveeverwerkende Industrie).
Zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.8.8.
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 5.4.32.
Zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.8.8.
Een uitzondering vormt artikel 3, vierde lid, van de Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma dat gold in de programmaperiode 2000-2006. In dit artikel was opgenomen dat de minister niet alleen beoordelingscriteria diende vast te stellen voor de mate waarin de subsidieaanvraag bijdraagt aan het bereiken van de doelstellingen van de Verordening nr. 1257/1999, Commissieverordening nr. 445/2002 en de regeling, maar ook verhouding tussen deze beoordelingscriteria.
Ook Jacobs & Den Ouden pleiten ervoor om in de subsidietitel van de Awb expliciet neer te leggen dat bestuursorganen zijn gehouden om indien meerdere toekenningscriteria worden vastgesteld de onderlinge weging daarvan vast te stellen. Zie Jacobs & Den Ouden 2011B, p. 57.
Zie bijvoorbeeld artikel 4:17, eerste lid, van de Regeling LNV-subsidies.
Voor de Europese subsidies die op grond van de programma's Jeugd in Actie en Een Leven Lang Leren worden verstrekt geldt dat de oproepen tot het indienen van voorstellen moeten worden gepubliceerd op de internetsite van de Europese instellingen, dan wel in het publicatieblad van de EU.1 Dit geldt voor alle Europese subsidies die op (indirect) gecentraliseerde wijze worden verstrekt. Op deze manier heeft iedere belangstellende de kans om een Europese subsidie aan te vragen.
Wat betreft de migratiefondsen is in de Europese Commissiebesluiten voorgeschreven dat de nationale uitvoeringsorganen oproepen tot het indienen van voorstellen dienen te publiceren, waarin de criteria zijn neergelegd op grond waarvan wordt beoordeeld of een aanvraag voor een Europese subsidie in aanmerking komt. Voor de Europese subsidieregelingen inzake het ELFPO, de structuurfondsen en het Europees Visserijfonds is bepaald dat de lidstaten de grootst mogelijke bekendheid dienen te geven aan de mogelijkheid om een aanvraag voor een Europese subsidie in te dienen. Vanuit de EU wordt het derhalve belangrijk gevonden dat potentiële subsidieontvangers op de hoogte zijn van de Europese subsidiemogelijkheden.
Als gezegd schrijft de subsidietitel van de Awb voor dat subsidieverstrekking dient te berusten op een wettelijk voorschrift, waarin de activiteiten waarvoor een subsidie kan worden verstrekt worden omschreven.2 Voor zover een wettelijke grondslag voor de verstrekking van Europese subsidies bestaat, zal dientengevolge doorgaans sprake zijn van subsidieregelingen die worden gepubliceerd in de Staatscourant dan wel een provinciaal blad. Deze subsidieregelingen zijn te raadplegen via <www.overheid.nl>. De publicatie van een subsidieregeling in combinatie met een daarin opgenomen of in een afzonderlijk besluit vastgesteld subsidieplafond waaruit volgt hoeveel geld er beschikbaar is, wordt naar Nederlands recht doorgaans voldoende geacht om potentiële aanvragers van de mogelijkheid om een subsidie aan te vragen op de hoogte stellen.3 Om de potentiële aanvragers van Europese subsidies nog beter te kunnen bereiken, zijn gelet op de voormelde Europese eisen wel verbeteringen denkbaar. Van de mogelijkheid om een Europese subsidie in het kader van de migratiefondsen te verkrijgen, wordt — overeenkomstig de Europese eisen — bijvoorbeeld mededeling gedaan door middel van een oproep tot het indienen van voorstellen in de Staatscourant.4 Een dergelijke oproep zou ook in het kader van andere Europese subsidieregelingen — naast de subsidieregeling zelf — kunnen worden geplaatst. Dit heeft als voordeel dat alle relevante informatie snel kan worden geraadpleegd. Een andere mogelijkheid is dat op één centrale website alle Europese subsidies worden weergegeven die bij Nederlandse bestuursorganen kunnen worden aangevraagd.5
Wat de procedure voor de verdeling betreft, schrijft artikel 4:26 van de Awb voor dat bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt bepaald hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. De mogelijke wijzen van verdeling zijn reeds besproken in paragraaf 6.5.4.2. Uit de jurisprudentie blijkt dat het geoorloofd is dat in sommige gevallen noodgedwongen wordt teruggegrepen op een aanvullend verdeelsysteem, zonder dat dit van te voren is aangekondigd. Indien bijvoorbeeld teveel aanvragen en op verschillende wijzen op dezelfde dag binnenkomen, is het in een 'wie het eerst komt, het eerst maalt'-systeem volgens de ABRvS geoorloofd tussen de aanvragen te loten.6 Het voorgaande staat op gespannen voet met het Europees transparantiebeginsel.
Behalve de wijze van verdeling moet ook van te voren worden bekendgemaakt op grond van welke criteria de subsidie wordt verdeeld. Deze criteria zullen doorgaans zijn neergelegd in de gepubliceerde subsidieregeling, maar dat is niet noodzakelijk het geval. De criteria kunnen ook worden neergelegd in een plan, programma of ander besluit van het bestuursorgaan dat de subsidie verleent.7 Hoe dan ook, de criteria kunnen niet later dan het subsidieplafond bekend worden gemaakt, omdat bij de bekendmaking van het subsidieplafond moet worden vermeld op welke wijze het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld.8 Voor de huidige Europese subsidies die op nationaal niveau worden verdeeld geldt in de meeste gevallen dat de criteria in een nationale subsidieregeling zijn neergelegd.9
In hoofdstuk 5 is besproken dat het transparantiebeginsel niet alleen vereist dat de criteria om voor een Europese subsidie in aanmerking te komen van te voren moeten worden gepubliceerd, maar dat dat ook geldt voor de weigeringsgronden.10 In de subsidietitel van de Awb is deze eis niet neergelegd. Met het oog op het transparantiebeginsel zou een dergelijke eis in de subsidietitel van de Awb moeten worden opgenomen. Dit betekent wel dat de subsidieaanvraag alleen nog zou kunnen worden geweigerd op de gronden die zijn neergelegd in artikel 4:35 van de Awb en in de lagere subsidieregeling. Uiteraard kan de subsidieaanvraag ook worden geweigerd indien het subsidieplafond is bereikt. De weigeringsgronden komen verder aan de orde in paragraaf 6.6.
Het transparantiebeginsel vereist dat, voor zover Europese subsidies die door middel van een tenderprocedure worden verdeeld, de rangschikkingscriteria van te voren bekend worden gemaakt. Dit zijn de inhoudelijke criteria op grond waarvan de ene aanvraag met de andere aanvraag wordt vergeleken.11 Toetsing aan deze rangschikkingscriteria is pas aan de orde indien aan de formele en inhoudelijke drempelcriteria is voldaan.12 Het verdient aanbeveling dat in de subsidietitel van de Awb expliciet wordt neergelegd dat indien een subsidie door middel van een tenderprocedure wordt verdeeld, de rangschikkingscriteria van te voren bekend moeten worden gemaakt.
In sommige gevallen geldt dat nadere criteria op grond waarvan de subsidieaanvragen worden gerangschikt, pas worden vastgesteld nadat de aanvragen zijn ingediend. Het is de vraag of dit in alle gevallen kan worden voorkomen; in sommige gevallen zal het voor het bestuursorgaan dat de Europese subsidies verdeelt, vooraf niet duidelijk zijn hoe de reeds geformuleerde rangschikkingscriteria nader moeten worden ingevuld.
Deze situatie was aan de orde bij de verdeling van de Europese subsidies voor investeringen in integrale duurzame stallen en houderijsystemen op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006. Op grond van artikel 34, eerste lid, van deze regeling dient ter beoordeling van de subsidieaanvragen een adviescommissie te worden ingesteld die advies uitbrengt over de onderdelen van het investeringsplan en over de rangschikking van de aanvragen voor steunverlening. In het tweede lid van dat artikel is neergelegd welke factoren leiden tot een hogere rangschikking van de aanvraag. De eerste factor luidt dat de minister een aanvraag hoger rangschikt naarmate de integraal duurzame stal of houderijsysteem waarin de landbouwer investeert in de beginfase van marktintroductie verkeert; met andere woorden hoe innovatiever het voorstel, hoe hoger de rangschikking. Blijkens de uitspraken van het CBb van 21 december 2011 werden de nadere beoordelingscriteria ter invulling van deze factor door de adviescommissies pas ontwikkeld, na ontvangst van de aanvragen.13 Hiervoor is gekozen enerzijds om rekening te kunnen houden met nieuwe inzichten en ideeën die uit de voorstellen naar voren komen en anderzijds om ook zicht te krijgen op de onderdelen die juist niet meer als vernieuwend beschouwd kunnen worden, omdat zij al in een groot aantal van de ingediende aanvragen zijn opgenomen. Onder de gekozen opzet konden aanvragers niet na afloop van de indieningsperiode nog met aanvullende informatie bij of een toelichting op het door hun ingediende voorstel komen. Het CBb acht het voormelde systeem niet onverenigbaar met artikel 4:26 van de Awb, waarin voorgeschreven is, dat bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt bepaald hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. Volgens het CBb geeft artikel 34 van de regeling hieraan in voldoende mate invulling. Het CBb overweegt wel dat ter bevordering van een voldoende mate van transparantie wel eisen moeten worden gesteld aan de wijze waarop achteraf van de wegingen en waarderingen die hebben plaatsgevonden, verslag wordt gedaan en verantwoording wordt afgelegd.
De voormelde uitspraken van het CBb laten zien dat, voor zover het gaat om de verstrekking van subsidies voor innovaties, een goede reden bestaat om pas na de ontvangst van de aanvragen nadere rangschikkingscriteria vast te stellen. Uit bestudering van de aanvragen blijkt immers wat als innovatief, of juist niet, moet worden beschouwd. Over de vraag of het transparantiebeginsel hieraan in de weg staat, bestaat geen Europese jurisprudentie.
In de praktijk ontstaat verder nogal eens discussie over de interpretatie of weging van de rangschikkingscriteria.
Een mooi voorbeeld biedt de uitspraak van de ABRvS van 26 juni 2008.14 De staatssecretaris had ten aanzien van een aantal toekenningscriteria scoreverdelingen vastgesteld. Hoe hoger het percentage deelnemers was dat viel binnen een bepaalde categorie, zoals personen van 45 jaar en ouder, des te hoger het puntenaantal dat kon worden behaald. De op de subsidieontvanger van toepassing zijnde percentages lagen net rond de grens: onafgerond behaalde hij een halve punt minder dan indien zou worden uitgegaan van het afgeronde percentage. De staatssecretaris besloot van de onafgeronde percentages uit te gaan. Omdat dit voor drie percentages gold, liep de subsidieontvanger daardoor 1,5 punt mis, waardoor hij een zodanige plek in de rangorde verkreeg dat het subsidieplafond al was bereikt. De handelwijze van de staatssecretaris was echter niet gebaseerd op de Subsidieregeling ESF 20072013, maar op een door hem gehanteerde vaste gedragslijn. De voorzitter van de ABRvS is derhalve van mening dat deze gedragslijn geen rol kan spelen, nu het gaat om de uitleg van algemeen verbindende voorschriften die geen beleids- of beoordelingsruimte aan de staatssecretaris laten. Volgens de voorzitter had de staatssecretaris moeten aansluiten bij hetgeen in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is. Dit betekent dat een percentage hoger dan 25,5%, 50,5% en 75,5% moet worden afgerond naar respectievelijk 26%, 51% en 76%. Niet in geschil was dat deze percentages tot honorering van de aanvraag hadden geleid. De beslissing op bezwaar werd dan ook vernietigd.
Wat betreft de interpretatie van de rangschikkingscriteria bestaan geen Europese regels. Wel kan uit de aanbestedingsjurisprudentie van het Hof worden afgeleid dat het transparantiebeginsel vereist dat de rangschikkingscriteria eenduidig en helder moeten zijn geformuleerd.15 In de Europese programmagidsen die zijn vastgesteld voor Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie is voorts neergelegd hoe de verschillende rangschikkingscriteria onderling moeten worden gewogen.16 Uit de aanbestedingsjurisprudentie volgt echter dat het daarbij niet gaat om een absolute verplichting: de weging van de verschillende criteria dient zo mogelijk te worden gepubliceerd.17
In de subsidietitel van de Awb is thans niet voorgeschreven dat de weging van de verschillende criteria moet worden gepubliceerd. Ook de specifieke nationale uitvoeringsregelingen bevatten doorgaans geen bepaling over de onderlinge weging van de verschillende rangschikkingscriteria.18 Hoewel niet duidelijk is of het transparantiebeginsel in het kader van de verdeling van (Europese) subsidies vereist dat van te voren de weging van de verschillende selectiecriteria wordt gepubliceerd, is dit wel verstandig.19 Immers, wanneer bijvoorbeeld maar liefst tien toekenningscriteria20 worden genoemd, is de beoordeling nog maar weinig transparant te noemen indien niet duidelijk is welk criterium het zwaarst weegt. Het verdient dan ook de voorkeur dat in de subsidietitel van de Awb wordt neergelegd dat, voor zover sprake is van meerdere rangschikkingscriteria, de onderlinge weging moet worden aangegeven.