Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/6.2.1
6.2.1 Inleiding
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270248:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 6.2.2. en § 6.2.3.
Art. 113 lid 3 Grondwet: 3. “Een straf van vrijheidsontneming kan uitsluitend door de rechterlijke macht worden opgelegd.” Art. 5 lid 3 EVRM: “Everyone arrested or detained in accordance with the provisions of paragraph 1 (c) of this Article shall be brought promptly before a judge or other officer authorised by law to exercise judicial power and shall be entitled to trial within a reasonable time or to release pending trial. Release may be conditioned by guarantees to appear for trial.”
Zie § 6.2.4.
In deze paragraaf wordt stilgestaan bij de vrijheidsbenemende straffen die gekoppeld zijn aan de delicten die binnen dit onderzoek van toepassing zijn op fiscale fraude. Hieronder vallen gevangenisstraf en hechtenis.1 Er bestaat geen bestuursrechtelijke vrijheidsbenemende straf. Het is aan de rechter om vrijheidsbenemende straffen op te leggen en niet aan het bestuur, aldus art. 113 lid 3 van de Grondwet. Dit kan ook worden afgeleid uit art. 5 lid 1 sub a EVRM.2 Daarnaast wordt in deze paragraaf de vrijheidsbeperkende sanctie van de taakstraf besproken.3 De taakstraf is een strafrechtelijke straf, zonder bestuursrechtelijke spiegelbepaling.