Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/7.3.1
7.3.1 Het beeld van Schiphol volgens enquêteonderzoeken
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480740:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bouwens & Dierikx 1996, p. 201.
Bouwens & Dierikx 1996, p. 386.
‘Bewoners regio Schiphol even tevreden als de rest van Nederland’, ANP 14 mei 2001.
Walravens, Platform, RVD Communicatiereeks 2004, p. 17.
Evaluatie Schipholbeleid. Omwonenden over Schiphol 2005, p. 17.
Evaluatie Schipholbeleid. Omwonenden over Schiphol 2005, p. 19-21.
Evaluatie Schipholbeleid. Omwonenden over Schiphol 2005, p. 24-25.
Evaluatie Schipholbeleid. Omwonenden over Schiphol 2005, p. 27-29.
Evaluatie Schipholbeleid. Omwonenden over Schiphol 2005, p. 31-32.
Evaluatie Schipholbeleid. Omwonenden over Schiphol 2005, p. 31.
Haverkamp 2008, p. 87.
Frerichs & Kranendonk 2017, p. 51.
Luchtvaartbeleid: een nieuwe aanvliegroute 2019, p. 17.
Aanvankelijk werd weinig onderzoek gedaan naar de mening van omwonenden van de luchthaven. In 1964 werd vastgesteld dat 42% van de ondervraagde omwonenden het geluid van vliegtuigen onprettig vond.1
Rond de aanleg van de Polderbaan ontstond meer onderzoeksinteresse voor de ervaring van omwonenden. Uit onderzoek onder Zwanenburgers en Hoofddorpers bleek dat zij vonden dat hun leefomgeving en milieu een hogere prioriteit moest krijgen dan economische groei.2 Toch leek de discussie over de aanstaande Polderbaan een beperkt effect te hebben op de omgeving. Uit een enquête uit 2001 bleek dat de bewoners van de regio Schiphol even tevreden waren over hun woonomgeving als de gemiddelde Nederlander. Hoewel 70% (veel) last had van geluidsoverlast, hadden andere aspecten van hun omgeving een groter effect op woontevredenheid. De omwonenden verwachtten in de toekomst weliswaar meer overlast maar zagen de groei van Schiphol als positief voor de economie.3 Ook in peilingen uit 2003 bleek 76% van de bewoners uit de regio positief over Schiphol; 57% van alle Nederlanders had vertrouwen in het Rijk wat betreft de beperking van geluidhinder.4
De evaluatie van het Schipholbeleid tussen 2003 en 2005 maakte duidelijk dat er reden was voor hernieuwd overleg tussen het Rijk, Schiphol en de omgeving, om tot nieuwe afspraken te komen.
Als onderdeel van die evaluatie bleek in 2005 uit enquêteonderzoek dat zo’n 77% van de omwonenden positief stond tegenover Schiphol, en 48% uitbreiding van Schiphol gewenst vond.5 Hoewel 41% aangaf het geluid van de vliegtuigen te merken, had slechts 26% hier last van. 12% van de omwonenden voelde zich onveilig.6 Omwonenden waren relatief kritisch op de bescherming die wet- en regelgeving hen boden: 49% vond de bescherming tegen geluidhinder onvoldoende gewaarborgd, en 47% respectievelijk 44% vond de bescherming tegen luchtverontreiniging of geur gewaarborgd.7 De respondenten hadden weinig vertrouwen in het ministerie van V&W, noch dat zij normen zou (bij)stellen (51%) noch dat zij omwonenden zou informeren over normen (58%). 46% vertrouwde niet dat Schiphol binnen de gestelde normen zou blijven.8 De meerderheid (77%) van de respondenten dacht dat de economische groei van Schiphol door het ministerie belangrijker werd geacht dan milieunormen.9 Het ministerie en Schiphol kregen als rapportcijfer voor de wijze waarop zij open en eerlijk met alle belanghebbenden samenwerken van de omwonenden beide een 5,6. Een representatieve groep van Nederlanders scoorde de partijen een 5,8 – iets, maar niet substantieel beter.10 Ook uit nader onderzoek bleek dat bewonersvertegenwoordigers het ministerie vooral zien als ‘pleitbezorger van het belang van de sectorpartijen’;11 zij wantrouwen de overheid omdat deze in het verleden onvoldoende transparant is geweest.
De evaluatie uit 2005 resulteerde in de instelling van de Tafel van Alders en later de Omgevingsraad Schiphol. Overleg over de luchthaven leek vooral binnen dat gremium plaats te vinden. Na een aantal jaar ontstond meer discussie, omdat de aanhoudende groei van de luchthaven de gemaakte afspraken onder druk zette. Aan de andere kant liet onderzoek onder omwonenden uit 2017 zien dat een ruime meerderheid (tamelijk) positief was over de luchthaven;12 in 2018 werd gemeten dat 82% van de Nederlanders positief stond tegenover luchtvaart in Nederland.13
De verschenen onderzoeken en cijfers tonen een gemêleerd beeld over de mate van tevredenheid over de luchthaven. In het algemeen waren en zijn Nederlanders vrij positief, hoewel mogelijk in toenemende mate kritisch over nut en noodzaak van het vliegveld in verband met het bredere klimaatdebat. Omwonenden waren en zijn minder positief dan de bredere bevolking, maar alsnog staat een flinke groep welwillend tegenover de luchthaven en zelfs verdere groei. Recent verharden de tegenstanders, en lijkt meer polarisatie tussen de groepen voor- en tegenstanders te ontstaan. Dit is zichtbaar in het bredere klimaatdebat en specifiek rondom de luchthaven.