NJB 2026/540:Huur. Bedrijfsruimte in de zin van art. 7:290 BW (middenstandsbedrijfsruimte) en in de zin van art. 7:230a BW (overige bedrijfsruimte). Een huurder gebruikt een bedrijfsruimte als traiteur en als cateraar. Het hof oordeelt dat het zwaartepunt bij de catering ligt en dat daarom het regime van art. 7:230a BW van toepassing is. Hoge Raad: Motivering. a. De huurder heeft betoogd dat ook de catering onder art. 7:290 BW valt. Het hof is daar onvoldoende op ingegaan. b. Partijen kunnen het regime van art. 7:290 BW van toepassing verklaren op een overeenkomst van huur van bedrijfsruimte die niet onder de omschrijving van die bepaling valt. Het hof heeft geen aandacht besteed aan het daarop gerichte betoog van de huurder.