Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/6.2
6.2 Randvoorwaarden rechtsbescherming
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS604571:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 15 september 1998, C-260/96 (Spac SpA), r.o. 18.
Idem.
Ontleend aan: Widdershoven 2011.
HvJ EU 22 december 2010, C-279/09 (DEB), r.o. 29 en 33.
HvJ EU 6 november 2012, C-199/11 (Otis), r.o. 46, 48 en 63.
HvJ EG 15 mei 1986, C-222/84 (Johnston), i.h.b r.o. 18 en 19. In dit arrest werd overigens weer gesproken van het ‘recht op een effectief beroep bij een bevoegde rechter’ (r.o. 19).
Widdershoven 2011. Zie tevens: HvJ EG 15 mei 1986, C-222/84 (Johnston), i.h.b. r.o. 18 en 19, HvJ EU 22 december 2010, C-279/09 (DEB), r.o. 29 en 33 en HvJ EU 30 juni 2016, C-205/15 (Toma), r.o. 39.
Widdershoven 2011.
Zie o.a. HvJ EU 6 november 2012, C-199/11 (Otis), r.o. 48, HvJ EU 30 juni 2016, C-205/15 (Toma), r.o. 39-49 en artikel 47 Handvest van de grondrechten van de EU.
Artikel 47 Handvest van de grondrechten van de EU.
Widdershoven 2011. Zie ook: HvJ EG 13 maart 2007, C-432/05 (Unibet), r.o. 77, waar ook Widdershoven naar verwijst. Widdershoven leidt uit de arresten Brasserie du Pêcheur (HvJ EG 5 maart 1996, C-49/93 en C-48/93) en Frankovich (HvJ EG 19 november 1991, C-6/90 en C-9/90) af dat schadevergoeding deel uitmaakt van de effectieve rechtsbescherming. Hoewel in deze arresten het recht op schadevergoeding niet expliciet aan het beginsel van effectieve rechtsbescherming wordt gekoppeld, lijkt mij dit uitgangspunt juist. Zoals ook uit artikel 47 Handvest van de grondrechten van de EU volgt, heeft eenieder immers recht ‘op een doeltreffende voorziening in rechte’. Wanneer een schending van EU recht onomkeerbare gevolgen heeft (bijvoorbeeld milieu-schade door een onterecht verleende vergunning), dan zal schadevergoeding al snel de enige voorziening zijn die nog (enigszins) doeltreffend is.
Vgl. HvJ EU 18 maart 2010, gevoegde zaken C-317/08-C-320/08 (Alassini), waarin de vraag werd beantwoord of een beperking van de toegang tot een rechter vanwege een verplichte voorafgaande bemiddelingsprocedure voldeed aan de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid.
Artikel 47 Handvest van de grondrechten van de EU is op de rechter toegesneden. Ook de wijze waarop het beginsel door het Hof van Justitie wordt toegepast wijst erop dat het beginsel ziet op de procedure bij de rechter (zie over de invloed van het EU-recht op het nationale procesrecht uitgebreid: Ortlep & Widdershoven 2015).
Het EU-recht kent een aantal randvoorwaarden voor de rechtsbescherming naar nationaal recht. Deze voorwaarden bestaan uit de beginselen van doeltreffendheid, effectieve rechtsbescherming, en gelijkwaardigheid.
Het gelijkwaardigheidsbeginsel houdt in dat de rechtsbescherming ten aanzien van implementatiebepalingen niet ongunstiger mag zijn dan die welke voor soortgelijke nationale vorderingen gelden.1 Het doeltreffendheidsbeginsel vereist vervolgens dat de uitoefening van de aan het EU-recht ontleende rechten in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk moet worden gemaakt.2 Het beginsel van een effectieve rechtsbescherming,3 ook wel daadwerkelijke rechtsbescherming4 of effectieve rechterlijke bescherming genoemd,5 is onder meer terug te vinden in de zaak Johnston.6 Het beginsel is neergelegd in artikel 6 en artikel 13 EVRM en artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en vloeit voort uit de gemeenschappelijke tradities van de lidstaten.7 Het beginsel stelt onder meer eisen aan de toegang tot en de procedure bij de rechter, alsmede aan de rechtsmiddelen die de rechter tot zijn beschikking moet hebben.8 Zo moet eenieder, in beginsel, toegang hebben tot een rechter. Bij de procedure moet onder meer sprake zijn van een ‘equality of arms’, en moet een justitiabele zich kunnen laten bijstaan.9 Het gerecht moet onder meer bij wet zijn ingesteld en moet bovendien onafhankelijk en onpartijdig zijn, hij moet binnen een redelijke termijn rechtspreken en de behandeling van de zaak moet openbaar zijn.10 De rechter moet zo nodig een voorlopige voorziening kunnen treffen, of een schadevergoeding kunnen toekennen.11 De voorwaarden van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid gelden zowel ten aanzien van de procedure bij de rechter, als voor de bestuurlijke voorfase, voor zover deze samenhangt met de toegang tot de rechter.12 De voorwaarde van effectieve rechtsbescherming ziet op de procedure bij de rechterlijke instantie.13