Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende overgang van onderneming (MSR nr. 69) 2015/7.2.1
7.2.1 Territoriale-werkingssfeerbepaling
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg
- JCDI
JCDI:ADS430912:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
Strikwerda 2012, p. 27.
Richtlijn 77/187/EEG van de Raad van 14 februari 1977 (PbEG 1977, L 061/0026), ook overgenomen in de richtlijn van 1998 en 2001.
Alsmede als de onderneming gevestigd is in de landen van de Europese Vrijhandels Associatie die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, namelijk Noorwegen, IJsland en Liechtenstein (zie Annex XVIII Agreement on the European Economic Area, OJ 1994, L 1, EEA Joint Committee Decision 57/1999; EEA Joint Committee Decision 159/2001).
Commission Report to the Council on progress with regard to the implementation of Directive 77/187/EEC relating to the safeguarding of employees’ rights in the event of transfers of undertakings, businesses or parts of businesses, SEC (92) 857 final, p. 7.
First phase consultation of social partners under Article 138(2) of the EC Treaty concerning crossborder transfers of undertakings, businesses or parts of undertakings or businesses, p. 3-4.
Hepple 1998, p. 4-6, Fetsch 2002, p. 306, Malmberg 2006, p. 405 (die van mening is dat de territoriale-werkingssfeerbepaling in de richtlijn overgang van onderneming overbodig is, omdat de benodigde beperkingen van het territoriale bereik van de richtlijn overgang van onderneming volgen uit de algemene regels omtrent rechtsmacht en toepasselijk recht), Burgess 2011, p. 9, IDS 2011, p. 496, Kania 2012, p. 72 en Deinert 2013, p. 344.
von Alvensleben 1992, p. 157.
Gaul e.a. 2006, p. 1 en 69.
First phase consultation of social partners under Article 138(2) of the EC Treaty concerning crossborder transfers of undertakings, businesses or parts of undertakings or businesses, June 2007, paragraaf 7.2.
De territoriale-werkingssfeerbepaling (ook wel scope rule of reikwijdteregel genoemd1) van een richtlijn bepaalt op welk territoir de richtlijn moet worden toegepast. De richtlijn overgang van onderneming bepaalt met betrekking tot de territoriale werkingssfeer in artikel 1 lid 2:
‘Deze richtlijn is van toepassing indien en voor zover de ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan welke overgaan, zich binnen de territoriale werkingssfeer van het Verdrag bevinden.’2
De richtlijn overgang van onderneming is derhalve van toepassing indien en voor zover de onderneming welke overgaat gevestigd is binnen de territoriale werkingssfeer van het VWEU.3 De vestigingsplaats van de onderneming is dus maatgevend voor de toepasselijkheid van de richtlijn overgang van onderneming.
In het rapport van de Europese Commissie uit 1992 met betrekking tot de voortgang van de implementatie van de richtlijn overgang van onderneming van 1977 is omtrent de territoriale-werkingssfeerbepaling van de richtlijn opgenomen:
‘In terms of territorial scope, the Directive is fairly restricted, applying only “where and in so far as the undertaking, business or part of the business to be transferred is situated within the territorial scope of the Treaty” (article 1 (2)).
This means that only transfers of businesses located in the territory of a Member State are covered by the Directive; it does not apply to transfers of businesses which are located outside the community but which belong to a company whose head office is in the territory of a Member State.’4
In het consultatiedocument van de Europese Commissie is omtrent de territoriale-werkingssfeerbepaling van de richtlijn overgang van onderneming het volgende opgenomen:
‘Under this provision (IHB: artikel 1 lid 2), the only relevant criterion for determining the territorial applicability of the Directive is the situation of the economic entity on the date of transfer, irrespective of whether the transferor and transferee are governed by the law of the same Member State or not. Conversely, the Directive does not apply where the economic entity to be transferred is situated outside the EU, even if the transferor or transferee or both are governed by the law of a Member State.’5
Het meerderheidsstandpunt in de literatuur is dat het enige relevante criterium voor territoriale toepasselijkheid van de richtlijn overgang van onderneming de ligging van de onderneming is op de datum van de overgang, ongeacht of vervreemder en verkrijger onderworpen zijn aan het recht van een EU-lidstaat of niet.6 De richtlijn overgang van onderneming is niet van toepassing als de onderneming welke overgaat gevestigd is buiten de EU, zelfs niet als vervreemder of verkrijger of beide onderworpen zijn aan het recht van een lidstaat.
Een kleine minderheid van auteurs is van mening dat de territoriale toepasselijkheid van de richtlijn overgang van onderneming beperkt is (of zou moeten zijn) tot overgangen waarbij de vestigingsplaats van de onderneming zowel voor als na de overgang binnen de EU is gelegen.7 Gaul is van mening dat de territoriale-werkingssfeerbepaling van de richtlijn overgang van onderneming beperkt zou moeten worden tot deze intra-Europese overgangen. Hij stelt zelfs voor de werkingssfeer van de richtlijn overgang van onderneming te beperken tot overgangen binnen het territoir van één lidstaat en speciale regels op te stellen voor grensoverschrijdende overgang van onderneming.8 Volgens Gaul zou hiermee worden bereikt dat de richtlijn overgang van onderneming alleen op één partij bij de grensoverschrijdende overgang van onderneming wordt toegepast. Daarnaast zouden volgens Gaul aanvullende bepalingen nodig zijn die duidelijk maken dat de partij die niet onderworpen is aan de richtlijn overgang van onderneming (volgens Gaul een vervreemder gevestigd in een derde land) niet aansprakelijk kan worden gehouden voor nalatigheid van de andere partij (volgens Gaul een verkrijger gevestigd in een lidstaat). Gaul kiest hiermee dus voor een materieelrechtelijke oplossing van het probleem van de grensoverschrijdende overgang van onderneming. De Europese Commissie heeft dat ook gedaan door te stellen dat bij een grensoverschrijdende overgang van onderneming met een nieuwe werkplek buiten de EU gelet op de verschillen in de juridische, economische en sociale omgeving de economische eenheid haar identiteit niet behoudt.9
Ik ben het niet eens met Gaul en sluit mij aan bij het meerderheidsstandpunt in de literatuur. Mijns inziens is territoriale toepasselijkheid van de richtlijn overgang van onderneming gegeven als de onderneming welke overgaat gevestigd is binnen de EU, ongeacht of de onderneming wordt overgedragen binnen de EU of naar derde landen. De richtlijn overgang van onderneming ziet daarmee op ‘uitgaand’ verkeer vanuit de EU naar derde landen en niet op ‘inkomend’ verkeer vanuit derde landen naar de EU. Voor de territoriale toepassing van de richtlijn overgang van onderneming is mijns inziens niet de aanwezigheid van vervreemder en verkrijger in de EU vereist.