Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/18.10.2
18.10.2 Pauliana en samengestelde transacties
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS403551:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld ten aanzien van de BW-pauliana: Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III* 2010, nr. 592: “Steeds zal met de omstandigheden van het geval moeten worden rekening gehouden, waarbij soms verschillende zelfstandige rechtshandelingen als één complex kunnen worden beschouwd.”
Zie HR 30 april 1931, NJ 1931, p. 1275 en HR 18 december 1992, NJ 1993, 169 (Kin/Emmerig q.q.). Zie ook Vriesendorp 1996 en Lennarts 2009, p. 139.
HR 9 juni 2006, NJ 2007, 21 (Smit/A. van Hees q.q.). Zie over deze (feitelijk complexe) zaak uitgebreid De Weijs 2010a, p. 230-232 en Wessels Insolventierecht III, 3e druk, 2010, § 3054a.
HR 9 juni 2006, NJ 2007, 21 m. nt. PvS (Smit/A. van Hees q.q.), r.o. 3.4.3.
Het begrip ‘samengestelde rechtshandeling’ komt noch in de wettelijke regeling noch in de parlementaire geschiedenis bij de faillissementswet voor. Niettemin wint de notie terrein, dat bij toepassing van de pauliana de economische werkelijkheid in acht dient te worden genomen en rekening moet worden gehouden met het gegeven dat rechtshandelingen onderdeel kunnen uitmaken van een groter samenstel van rechtshandelingen.1 Zo kan het feit dat een rechtshandeling onderdeel uitmaakt van een samenstel, van invloed zijn op het benadelende karakter dat aan de rechtshandeling kan worden toegedicht. Het is mogelijk dat een individuele rechtshandeling weliswaar niet tot benadeling leidt, maar het samenstel waarvan de rechtshandeling onderdeel uitmaakt wel degelijk benadelend is. Een bekend voorbeeld betreft de schuldenaar die in financiële problemen verkeert en die een goed aan een schuldeiser verkoopt, waarna de koopprijs wordt verrekend met een openstaande schuld. Hier is het niet de verkoop zelf die tot benadeling leidt, maar de daarop volgende verrekening. Het is niettemin vaste rechtspraak dat in een dergelijk geval de pauliana zich kan richten tegen de onverplichte verkoop zelf.2
Ook de spiegelbeeldige situatie kan zich voordoen. Hoewel een handeling individueel als benadelend heeft te gelden, moet mogelijk geoordeeld worden dat deze samenhangt met andere handelingen en dat het geheel van samenhangende handelingen niet benadelend is. In het arrest Smit/Van Hees q.q. heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het hof niet voorbij had mogen gaan aan het verweer dat de individuele rechtshandeling (in casu het aangaan van een overwaarde-arrangement) wel benadelend was, maar dat het geheel van samenhangende rechtshandelingen niet tot benadeling had geleid.3 De Hoge Raad formuleerde een algemeen criterium om te bepalen of verschillende rechtshandelingen voor de pauliana als één rechtshandeling moeten worden behandeld:
“Opmerking verdient nog dat ter beantwoording van de vraag of een samenhang […] inderdaad bestaat, de bedoeling van alle betrokken partijen beslissend is, die mede kan blijken uit de inhoud van de desbetreffende rechtshandelingen, de onderlinge afstemming daarvan, mede blijkens de formulering van de daarvan eventueel opgemaakte akten, en de samenhang tussen die rechtshandelingen wat betreft het moment waarop zij tot stand zijn gekomen.”4