De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht
Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.4.4:5.4.4 Conclusies
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.4.4
5.4.4 Conclusies
Documentgegevens:
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS375243:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De belangrijkste conclusies voor het verkrijgen van inzage laten zich als volgt samenvatten:
Het inzagerecht van de inspecteur strekt zich primair uit tot administratieplichtigen. De fiscale administratieplicht vormt het kader en daarbinnen bestaat de verplichting tot het – desgevraagd – verlenen van inzage voorzover die van belang kan zijn voor de belastingheffing.
De inzagebevoegdheid van de toezichthouder is niet ‘beperkt’ tot het kader van ‘de administratie’. De beperking ligt alleen in de noodzakelijkheid en zakelijkheid van gegevens en bescheiden.
Ingeval van een bedrijf of beroep kunnen die gegevensdragers – al dan niet bij of krachtens wettelijk of ander voorschrift – vanwege het verantwoordingskarakter tot de civielrechtelijke administratie behoren, maar daarmee behoren die gegevens nog niet tot de fiscale administratie. Dat is alleen het geval als die gegevens ook fiscaal gekwalificeerd kunnen worden.
De reikwijdte van fiscale administratie kan ook meer omvattend zijn dan de civielrechtelijke administratie waardoor de inspecteur een breder inzagerecht kan hebben. Potentiële fiscale relevantie is voor hem voor elke inzage het leidmotief.
Tot de (fiscale) administratie behoren veelal geen gegevens van ‘zuiver persoonlijke aard’. Indien dat toch het geval is; dan kan de inspecteur die gegevens niet inzien, tenzij zij ook fiscaal relevant kunnen zijn. Ook kan hij, indien het van fiscaal van belang kan zijn persoonlijke gegevens en inlichtingen vragen.
De inzagebevoegdheid van de toezichthouder is in het algemeen beperkt tot zakelijke gegevens waarvan inzage redelijkerwijs noodzakelijk is. In uitzonderlijke situaties kan op grond van bijzondere wet- en regelgeving de inzageverplichting worden verruimd tot persoonlijke boeken en bescheiden. Afhankelijk van de toezichthouder en zijn wettelijke taak kan hierdoor een verschil ontstaan met de inspecteur voor wat betreft de reikwijdte voor het verkrijgen van (inzage) in persoonlijke gegevens.
De inspecteur heeft de bevoegdheid tot het ter inzage vragen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan voorzover het van belang kan zijn voor de belastingheffing. Het zelfstandig verkrijgen van toegang tot archieven noch het verzegelen van ruimten en/of zaken behoort tot zijn bevoegdheden.
Een toezichthouder heeft daarentegen wél de bevoegdheid tot het zelfstandig verkrijgen van inzage. Hij mag wél onderzoeken (maar niet doorzoeken). Het doorzoeken en verzegelen van ruimten kan alleen wanneer dat in bijzondere wetgeving is bepaald.
De inspecteur mag kopieën maken van voor raadpleging beschikbaar gestelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan. Hij mag de originelen daartoe niet meenemen (zonder toestemming van belastingplichtige).
De toezichthouder mag de originelen wel voor een korte tijd meenemen om ze elders te kopiëren.
De inspecteur kan zich beroepen op een wettelijke bewaarplicht voor de (fiscale) administratie. Hij kan ook verplichtingen opleggen tot het bewaren van bescheiden voor de toekomst ten behoeve van de belastingheffing.
De toezichthouder kan – indien geen sprake is van een bewaarplicht vanuit de wet- en regelgeving waarop wordt toegezien – alleen – en voorzover de boeken en bescheiden tot de civielrechtelijke administratie behoren – een beroep doen op de aldaar bepaalde bewaarplicht. Hij heeft geen vorderingsbevoegdheid tot het bewaren vanuit de Awb.
Fiscaal kan niemand zich beroepen op een wettelijke geheimhoudingsplicht als het gaat om de inzage voor de eigen belastingheffing. De wet en jurisprudentie zijn duidelijk: elk conflict is hiermee van oudsher bij voorbaat geëlimineerd. Het kwalificeren als verschoningsgerechtigde houdt dus ook niet in dat een belastingplichtige een (afgeleid) verschoningsrecht heeft voor zijn eigen belastingplicht.
Voor het toezicht bij de onder toezichtgestelde verschoningsgerechtigde kan de wettelijke geheimhoudingsverplichting wel een beperking met zich mee brengen voor het verkrijgen van inzage, waaronder het legal privilege.
De inspecteur kan derhalve inzage krijgen in delen van een administratie die voor andere toezichthouders gesloten blijven.
Het gebruik van een forensic image staat op gespannen voet met het inzagerecht vanwege de ongelimiteerde toegang tot de – zichtbare en onzichtbare – gegevens: fishing expeditions zijn mogelijk evenals het doorzoeken van de gegevens waaronder de – bewust of onbewuste – toegang tot geprivilegieerde en persoonlijke gegevens. Het gebruik van de forensic images door de inspecteur dan wel de toezichthouder moet dan ook met specifieke waarborgen zijn omkleed.
De inspecteur en de toezichthouder kunnen de ‘sterke arm’ inroepen. Het biedt de mogelijkheid tot het verkrijgen van verplichte toegang van gebouwen en terreinen. De toezichthouder kan daarmee ook inzage krijgen in boeken en bescheiden (onderzoeken).
De inspecteur kan evenwel alleen inzage nemen als de boeken en bescheiden daadwerkelijk voor raadpleging beschikbaar worden gesteld.