NJB 2025/2246:Kostenaftrek bij voordeelsontneming: bij de bepaling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel kunnen slechts de kosten die in directe relatie staan tot het delict, gelden als kosten die voor aftrek in aanmerking komen. De rechter is grote vrijheid gelaten of en, zo ja, in welke mate hij rekening wil houden met dergelijke kosten. De rechter is in het algemeen niet verplicht om de beslissing daarover te motiveren tenzij namens de betrokkene gemotiveerd en met specificatie van de betreffende posten het verweer is gevoerd dat bepaalde kosten bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel moeten worden afgetrokken. In casu heeft het hof wat betreft de aanleg van de stroomvoorziening (een kabel en een illegale aftapping op de hoofdkabel) geoordeeld dat het daarbij niet gaat om kosten die in directe relatie tot (de voltooiing van) het delict staan nu het ‘kosten ter voorkoming van ontdekking van de hennepkwekerij’ betreft. Hoewel uitgaven die specifiek zijn gedaan om de ontdekking van het strafbare feit door politie en justitie te voorkomen, in beginsel kunnen worden gerekend tot kosten die voor rekening van de betrokkene moeten blijven, is het oordeel van het hof in casu in zoverre niet begrijpelijk.