Einde inhoudsopgave
RvdW 2009, 615
Internationale kinderontvoering. Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980; vaststelling gezag als bedoeld in art. 3 lid 1; weigeringsgronden van art. 12 (worteling kind in nieuwe omgeving) en art. 13 (ernstig risico bij terugkeer); horen minderjarige. Brussel Ilbis-Verordeing. Cassatieberoep verworpen met toepassing van art. 81 RO.
HR 08-05-2009, ECLI:NL:HR:2009:BI2030
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
8 mei 2009
- Magistraten
Mrs. A. Hammerstein, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel
- Zaaknummer
09/00203
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
BI2030
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Internationaal privaatrecht (V)
EU-recht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2009:BI2030, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 08‑05‑2009
ECLI:NL:PHR:2009:BI2030, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17‑04‑2009
Essentie
Internationale kinderontvoering. Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980; vaststelling gezag als bedoeld in art. 3 lid 1; weigeringsgronden van art. 12 (worteling kind in nieuwe omgeving) en art. 13 (ernstig risico bij terugkeer); horen minderjarige. Brussel II bis-Verordening. Cassatieberoep verworpen met toepassing van art. 81 RO.
Partij(en)
De moeder, verzoekster tot cassatie, adv.: mr. P. Garretsen,
tegen
De Directie Justitieel Jeugdbeleid, afdeling Juridische en Internationale Zaken, van het Ministerie van Justitie, belast met de taak van Centrale Autoriteit, te 's‑Gravenhage, verweerster in cassatie, adv. mr. J. van Duijvendijk-Brand.