RI 2012/5
Pand- en retentierecht. Heeft een vervoerder een rechtsgeldig pand- en retentierecht verkregen op zaken die zijn geleverd na de surseance van de leverancier? Hoever reikt de onderzoeksplicht in het kader van art. 3:238 lid 1 BW? (Wincanton B.V./Curatoren Diolen Industrial fibers B.V.)
Rb. Rotterdam 17-08-2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BR5525
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
17 augustus 2011
- Magistraten
Mrs. A.N. van Zelm van Eldik, P.A.M. van Schouwenburg-Laan, H.W. Vogels
- Zaaknummer
322403 / HA ZA 09-148
- LJN
BR5525
- JCDI
JCDI:ADS910074:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Goederenrecht / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Insolventierecht / Surseance van betaling
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2011:BR5525, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 17‑08‑2011
- Wetingang
Essentie
Pand- en retentierecht. Derdenbescherming
Heeft een vervoerder een rechtsgeldig pand- en retentierecht verkregen op zaken die zijn geleverd na de surseance van de leverancier? Hoever reikt de onderzoeksplicht in het kader van art. 3:238 lid 1 BW?
Samenvatting
Tussen Wincanton B.V. (‘Wincanton’) en Diolen Industrial Fibers B.V. (‘Diolen’) bestond een raamovereenkomst uit hoofde waarvan Wincanton goederen vervoerde voor Diolen. De op de raamovereenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden bevatten een contractueel retentierecht en een pandrecht.
Op 27 juni 2008 is aan Diolen surseance van betaling verleend met benoeming van de latere curatoren (zie hierna) als bewindvoerders. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.