Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/12.4.2:12.4.2 Interne aansprakelijkheid vs. gewone onrechtmatige daad
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/12.4.2
12.4.2 Interne aansprakelijkheid vs. gewone onrechtmatige daad
Documentgegevens:
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS343673:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Braekmans & Houben 2012, p. 346.
Geens e.a. 2012, p. 308.
Hof van Cassatie 20 juni 2005, TBH 2005/892 m.nt. H. de Wulf en TBH 2006, 418 m.nt. A. Coibon, DAOR 2005, 340, https://jure.juridat.just.fgov.be/pdfapp/download_blob? idpdf=N-20050620-5.
Braekmans & Houben 2012, p. 344 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er bestaat in België een duidelijk onderscheid tussen (a) de onrechtmatige daad van de bestuurder jegens een derde, (b) de onrechtmatige daad van de vennootschap jegens een derde en (c) de zogenoemde ‘bestuursfout’ van de bestuurder jegens de vennootschap. Het is goed daarbij stil te staan omdat in Nederland deze drie categorieën aan het vervagen zijn door de eerdergenoemde normatieve convergentie en door de rechtvaardiging van de hoge drempel voor aansprakelijkheid door de Hoge Raad in de arresten Hezemans Air en RCI/Kastrop.
Over de verhouding tussen de onrechtmatige daad van de bestuurder jegens een derde en de ‘bestuursfout’ jegens de vennootschap, schrijven Braeckmans en Houben dat het aantonen van een gewone bestuursfout onvoldoende is voor het vaststellen van de onrechtmatige daad:
“Zo kan bijvoorbeeld desinteresse in de activiteiten van de vennootschap een bestuursfout zijn, zonder daarmee een buitencontractuele fout te zijn. Dit belet evenwel niet dat een dergelijke inbreuk niet tegelijk een bestuursfout kan zijn of in een bestuursfout besloten kan liggen. Dat een inbreuk op de algemene zorgvuldigheidsnorm tevens een bestuursfout is, staat een vordering van derden dus niet in de weg (co-existentie van aansprakelijkheid).”1
Met andere woorden: de inbreuk op de algemene zorgvuldigheidsnorm zorgt voor de aansprakelijkheid van de bestuurder jegens de derde. Of die inbreuk wel of niet tevens een ‘bestuursfout’ is, is niet relevant. Dat een onrechtmatige daad van de bestuurder wordt gepleegd in de hoedanigheid van bestuurder, waardoor deze aan de vennootschap zou kunnen worden toegerekend, verandert daarom ook niets aan de op hem rustende normen:
“Bestuurders [zijn] t.a.v. derden aansprakelijk voor onrechtmatige daden die zij begaan in de uitoefening van hun mandaat. Dat deze onrechtmatige daad op grond van de orgaantheorie aan de rechtspersoon kan worden toegerekend indien zij wordt begaan binnen de formele kring van de bevoegdheid van het bestuursorgaan, betekent evenwel niet dat de bestuurders van aansprakelijkheid worden ontheven.”2
Het Hof van Cassatie onderbouwde in 2005 het beginsel dat de bestuurder zelfstandig aansprakelijk blijft voor de door hem (in hoedanigheid) gepleegde onrechtmatige daad:3
“Dat algemeen beginsel wordt bevestigd door de regels van de lastgeving, aangezien de zaakvoerder optreedt in de hoedanigheid van lasthebber van de vennootschap. Krachtens de regels van de lastgeving blijft de lasthebber persoonlijk gehouden ten aanzien van derden voor de foutieve handelingen die hij jegens hen zou stellen, al kunnen zij de lastgever (van de vennootschap) aanspreken.”
Net als in Delaware en in het Verenigd Koninkrijk wordt in België – in het kader van de aansprakelijkheid van de bestuurder jegens een derde – dus de vergelijking getrokken met een uit het gemene recht bekende vertegenwoordigingsfiguur (lastgeving). Ook in België is de uitwerking daarvan dat de drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder dus niet ‘hoger’ is en dat de aansprakelijkheid van een bestuurder op een gelijke wijze wordt beoordeeld als de aansprakelijkheid van de lasthebber.
Volgens Braeckmans en Houben moet onderscheid worden gemaakt tussen aansprakelijkheid jegens (i) derden “die volledig vreemd zijn aan enige overeenkomst met de vennootschap of de bestuurder” en (ii) “derden die wel een overeenkomst hebben met de vennootschap, maar derden zijn ten opzichte van de bestuurdersovereenkomst.”4 Met het onderscheid doelen zij enerzijds op aansprakelijkheid van de bestuurder voor een onrechtmatige daad van de vennootschap en anderzijds op de aansprakelijkheid van de bestuurder voor het niet nakomen van contractuele verplichtingen van de vennootschap. Ik zal hierna op het genoemde onderscheid ingaan.