Einde inhoudsopgave
Smartengeld 1998/5.3.3
5.3.3 Bevindingen in de psychiatrie
prof. mr. S.D. Lindenbergh, datum 21-06-1998
- Datum
21-06-1998
- Auteur
prof. mr. S.D. Lindenbergh
- JCDI
JCDI:BSD58086:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Bakker 1995, p. 18; Brom 1986, p. 4 en hfdst. 6 en Hofman 1990, p. 8.
Men spreekt hier doorgaans van posttraumatische stressstoornis. Vgl. Brom 1986, p. 1 en 75 en Hofman 1990, p. 4, die schatten dat het gaat om ongeveer 10 tot 30% van de gevallen van veelvoorkomende schokkende gebeurtenissen.
Vgl. Hofman 1990, p. 19: 'Het verschil tussen normale en gestoorde verwerking zou men kunnen beschouwen als gradueel, in die zin dat de reacties die bij stoornissen optreden niet zozeer anders zijn, als wel dat de eerder genoemde herbelevingen, ontkenningen en daaruit voortvloeiende symptomen zich heftiger, veelvuldiger en/of langduriger voordoen.' In dezelfde zin Consultation Paper 137, p. 49. Zie over het onderscheid tussen ('normale') 'mental distress' en ('abnormale') 'mental illness' voorts Mullany & Handford 1993, p. 26.
Zie ook Ansink 1990, p. 43. In DSM wordt gewerkt met een soort 'normaaltype' van de posttraumatische stressstoornis. Men zij er overigens wel op bedacht dat DSM IV is ontwikkeld voor klinische, onderwijskundige en onderzoeksdoeleinden en niet voor juridische classificatie. Zie DSM IV, Introduction, p. XXXII en Cautionary Statement, p. XXVII.
Voorts zou ook aansluiting kunnen worden gezocht bij - eventueel voor Nederland aangepaste - delen van de richtlijnen van de American Medical Association voor invaliditeit. Vgl. hierover Bakker 1995, p. 22/3, die zich deels kritisch betoont, maar ook melding maakt van voornemens van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie om tot voor ons land bruikbare aanpassingen te komen.
Beide systemen worden overigens in Engeland gehanteerd bij de invulling van het begrip 'recognised psychiatrie illness', waarbij doorgaans het bestaan van PTSD ten grondslag wordt gelegd aan een vordering tot schadevergoeding.
M.b.t. predisposities van het slachtoffer wordt in Engeland inmiddels aangenomen dat deze geen noodzakelijke noch een voldoende voorwaarde vormen voor het ontstaan van PTSD (aldus Consultation Paper 137, p. 42, 44 en 45).
Zie Mullany & Handford 1993, p. 43 en daar vermelde bronnen. In dezelfde zin Bakker 1995, p. 21.
Het in de parlementaire geschiedenis genoemde begrip 'psychische storing' biedt hier een aanknopingspunt. Vrij algemeen wordt aangenomen dat (psycho) traumatische gebeurtenissen een verwerking vergen die een normaal verloop kan hebben, maar waarin ook storingen kunnen optreden.1 Zo is na een traumatische gebeurtenis een periode van (hevig) verdriet en angst als 'normaal' te bestempelen, maar kan uitzonderlijk lange duur daarvan of het zich voordoen van andere verschijnselen zoals langdurige herbeleving, apathie of langdurige depressie leiden tot het oordeel dat sprake is van 'abnormale' of psychopathologische verschijnselen.2 De grens russen 'normaal' en 'abnormaal' is weliswaar niet scherp te trekken,3 maar dat neemt niet weg dat hier tot op zekere hoogte wel consensus bestaat en verder kan worden bereikt. Daartoe kan aansluiting worden gezocht bij de American Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorders (DSM iv) van de Amercian Psychiatrie Association,4 en bij de International Classification of Diseases (ICD 10) van de World Health Organisation.5 Binnen die diagnostische categoriserings-systemen neemt vooral de Post Traumatic Stress Disorder (PTSD) een centrale plaats in.6 Het gaat daarbij om een ziektebeeld dat - volgens beide systemen - wordt omschreven zowel aan de hand van kenmerken van de oorzaak ('stressor') als van symptomen bij het slachtoffer. In beide systemen wordt de aard van de 'stressor' omschreven en is deze mede bepalend (maar op zichzelf niet voldoende) voor de diagnose.7 Als kenmerkende stressoren worden bijvoorbeeld aangemerkt verkeersongevallen, vliegtuigongevallen, verpachting, mishandeling en brand. Kenmerkende symptomen worden gevormd door verwerkingsproblemen, waardoor de traumatische gebeurtenis voortdurend in herinnering wordt geroepen en als het ware opnieuw wordt beleefd. Voorts denke men aan symptomen als slapeloosheid, nachtmerries, overgevoeligheid, geheugenstoornissen en schuldgevoelens.
Ten slotte dient te worden aangetekend dat het soms gehoorde bezwaar van de mogelijkheid van simulatie lijkt te berusten op een onderschatting van de psychiatrie en derhalve met gepaste argwaan dient te worden begroet.8 Dat neemt niet weg dat men daarop voldoende bedacht dient te zijn en dat een feitelijke toetsing van het oordeel van een psychiater op zijn plaats kan zijn, mede met het oog op het feit dat een behandelend psychiater doorgaans een diagnose stelt ten behoeve van behandeling en genezing, en niet zozeer gericht op een eventueel juridisch geschil.