Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.5.1
16.5.1 Primaire, secundaire en tertiaire gevolgen en het regelen daarvan
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS367330:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie echter art. 2:357 lid 1 BW.
Zie ook par. 16.3.4.
HR 9 februari 2010, NJ 2010, 296 m.nt. Van Schilfgaarde; JOR 2010/92 m.nt. Schmieman (Fuldauer).
Door middel van de (onmiddellijke) voorziening tijdelijk afwijken van de statuten. Zie daarover hoofdstuk 13. Bij het aldus regelen van de secundaire gevolgen van de tijdelijke aanstelling van een bestuurder, dient rekening te worden gehouden met hetgeen de wetgever dwingendrechtelijk over het bestuur en de bestuurders heeft bepaald. Zie daarover hoofdstuk 10.
Hof Amsterdam (OK) 13 december 2007, ARO 2008/1 (e-Traction), r.o. 3.1 en 3.2 en Hof Amsterdam (OK) 14 december 2007, ARO 2008/2 (e-Traction), r.o. 3.6.
Het primaire gevolg van het tijdelijk aanstellen van een bestuurder is dat deze bestuurder wordt. Dit primaire gevolg valt niet nader te regelen.1 Je bent bestuurder of je bent het niet. Wel is het mogelijk om door middel van tijdelijk afwijken van de statuten een orgaan te creëren dat zekere gelijkenissen vertoont met het bestuur, maar dat niet is. Dit is uitgewerkt in par. 13.5.8.
Het belangrijkste secundaire gevolg van het tijdelijk aanstellen van een bestuurder is dat deze alle wettelijke en statutaire rechten en bevoegdheden die aan het bestuurderschap zijn verbonden kan uitoefenen en dat voor hem alle daaraan verbonden verplichtingen gelden.2 Uit de Fuldauer-beschikking3 blijkt dat ondernemingskamer de bevoegdheden van tijdelijke bestuurders ook kan beperken. Dat is ook logisch nu de bestuurstaak in de statuten kan worden beperkt – en overigens ook uitgebreid – terwijl de ondernemingskamer kan bewerkstelligen dat tijdelijk (deels) andere statuten gelden.4 In par. 16.8 zal op de mogelijkheden worden ingegaan. Op de vraag of de ondernemingskamer een instructie kan geven aan tijdelijke bestuurders is ingegaan in par. 15.2.2.
Voorts beperkt de tijdelijke aanstelling van een bestuurder het recht van (het bevoegde orgaan van) de vennootschap om bestuurders te ontslaan. Dat geldt in ieder geval voor de door de ondernemingskamer aangestelde bestuurder,5 maar ook overige ingrepen in het bestuur kunnen door de ondernemingskamer worden verboden om ongeoorloofde doorkruising van haar (onmiddellijke) voorzieningen te voorkomen.6
Daarnaast is er nog het secundaire gevolg van dat de tijdelijke bestuurder een beloning wordt toegekend die ten laste van de vennootschap komt (par. 16.5.4), alsmede dat de ondernemingskamer de redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten van verweer ten laste van de vennootschap kan brengen.7
De tertiaire gevolgen van de tijdelijke aanstelling van een bestuurder vloeien voort uit de wijze waarop de tijdelijk aangestelde bestuurder al dan niet gebruik maakt van zijn bestuursbevoegdheden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de overeenkomsten die de tijdelijke bestuurder sluit met gebruikmaking van zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid en de bestuursbesluiten die tot stand komen door de wijze waarop de tijdelijke bestuurder zijn stem in het bestuur uitbrengt. Ook het uitblijven van overeenkomsten en besluiten waartoe de gelegenheid zich voordoet, kan een tertiair gevolg zijn.