Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.1.12.1
2.1.12.1 Nur zu einem vorübergehenden Zweck
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644969:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Westermann/Gursky/Eickmann (2011), p. 466.
Staudinger/Stieper (2021) BGB §95 Rn 6.
Baur/Stürner (2009), p. 15.
Staudinger/Stieper (2021) BGB §95 Rn 5; Wieling (2007), p. 32.
Staudinger/Stieper (2021) BGB §95 Rn 13.
Staudinger/Stieper (2021) BGB §95 Rn 8 en 31.
Staudinger/Stieper (2021) BGB §95 Rn 11.
De meningen zijn verdeeld over het antwoord op de vraag of een wezenlijk bestanddeel kan worden omgezet in een schijnbestanddeel. Zo is een aantal juristen van mening dat alleen door fysieke afscheiding een bestanddeel een onafhankelijke zaak kan worden en niet louter door de “wilsverandering” van de eigenaar. Zie hierover: Schlimpert (2015), p. 309 e.v; Staudinger/Stieper (2021) BGB §95 Rn 15.
BGH, 2 december 2005, V ZR 35/05: “Eine in einem Straßengrundstück verlegte Versorgungsleitung kann nach denselben Grundsätzen zum Scheinbestandteil bestimmt und auf den neuen Versorgungsträger übereignet werden, nach denen ein Scheinbestandteil nach §95 Abs. 1 BGB wesentlicher Bestandteil eines Grundstücks werden kann. Auch hier erfolgt die sachenrechtliche Umwandlung von einem ehemals wesentlichen Bestandteil zu einer selbständigen Sache durch eine Übereignung entsprechend §929 Satz 2 BGB, ohne dass es dazu einer Trennung der Leitung vom Straßengrundstück bedarf”.
Baur/Stürner (2009), p. 16.
Een zaak wordt ondanks de verbinding geen (wezenlijk) bestanddeel van een stuk grond (of een huis), als beoogd is dat de verbinding tijdelijk zal zijn. Voorbeelden van schijnbestanddelen kunnen zijn: een tribune voor een parade, een venster in een huis of bouwhekken. Niet de verkeersopvatting, maar het doel oftewel de wil van de “verbinder” is bepalend voor het antwoord op de vraag wat een schijnbestanddeel is.1 De “verbinder” is degene die de verbinding initieert of mogelijk maakt, niet per se degene die de verbindingshandeling verricht.2 De opdrachtgever van de bouw van een schuurtje is bijvoorbeeld een verbinder. Als hij vóór de bouw heeft beoogd dat het schuurtje tijdelijk wordt geplaatst, dan is het schuurtje geen bestanddeel van de grond geworden. De afscheiding moet op het ogenblik van de verbinding al beoogd zijn, wil sprake zijn van een schijnbestanddeel.3 Dit betekent echter niet dat de tijdelijke verbinding van korte duur moet zijn. Een verbinding kan tientallen jaren bestaan en toch tijdelijk van aard zijn.4
Ofschoon de tijdelijkheid van de verbinding niet door de verbinder naar buiten toe kenbaar hoeft te zijn gemaakt, ligt de bewijslast wel bij de partij die stelt dat de verbinding van tijdelijke aard is (doorgaans is dit de verbinder).5 De objectieve situatie kan helpen bij het achterhalen van de intenties van de verbinder. Bij de grondeigenaar die zaken van een ander met zijn grond respectievelijk gebouw verbindt, bestaat een vermoeden dat hij een tijdelijke verbinding op het oog heeft.6 Indien een gebouw is neergezet op grond van een langdurig contract, dan wordt aangenomen dat sprake is van een tijdelijke verbinding. Van een gebouw dat door de pachter is neergezet op de gepachte grond, wordt vermoed dat het slechts voor de duur van de pachtovereenkomst is gebouwd. Omgekeerd wordt vermoed dat het gebouw voor onbepaalde tijd is gebouwd, als de pachter en de verpachter overeen zijn gekomen dat alles wat op de grond wordt gebouwd na het beëindigen van het contract aan de eigenaar van de grond toebehoort.7 Het BGH zegt hierover:
“Entscheidend ist dabei jedoch nicht die vertragliche Regelung als solche, sondern der Wille des Pächters, das Gebäude auch bei Aufhebung des Nutzungsanspruchs auf dem Grundstück zu belassen. Der Zweck bestimmt sich dabei nach der inneren Willensrichtung des Einfügenden, die aber mit dem nach außen in Erscheinung tretenden Sachverhalt in Einklang zu bringen sein muß.”8
In het geval een verkoper onder een eigendomsvoorbehoud zaken heeft geleverd die de koper heeft verbonden met een andere (hoofd)zaak, dan zorgt het voorbehoud op zich niet voor een “tijdelijke wil” van de verbinder.9 De koper wil de zaak niet tijdelijk verbinden en de verkoper, voor zover zijn wil al van belang is, wil de zaak niet tijdelijk overdragen of leveren. Hij maakt alleen een voorbehoud voor het geval de koper niet presteert.
Een zaak is evenmin een schijnbestanddeel als zij een kortere levensduur heeft dan de duur van een overeenkomst, die de aanleiding voor de verbinding is geweest. Zo’n situatie doet zich bijvoorbeeld voor als een machine in een fabriek door slijtage voor het einde van het huurcontract “op” is. In zo’n geval is de machine gedurende haar gehele levensduur verbonden met het fabrieksgebouw. Ook is de machine geen schijnbestanddeel als zij niet meer bruikbaar is nadat zij is afgescheiden van de grond respectievelijk het gebouw.10
Een latere verandering van de wil van de verbinder om de zaak niet meer te willen afscheiden, is niet voldoende om de zaak van schijnbestanddeel “om te zetten” naar een wezenlijk bestanddeel. Wel is het mogelijk om bij een overdracht van een zaak te bepalen, dat bepaalde wezenlijke bestanddelen transformeren in schijnbestanddelen en omgekeerd.11 In 2005 bepaalde het BGH dat waterleidingen (Wasserversorgungsleitung) die wezenlijke bestanddelen van de grond waren, na de overdracht van de activa van het waterbedrijf schijnbestanddelen waren geworden.12
Voor een verandering van een schijnbestanddeel naar een (on)wezenlijk bestanddeel zijn de normale vereisten van overdracht van toepassing. De grondeigenaar en de eigenaar van het schijnbestanddeel zullen moeten overeenkomen dat de zaak duurzaam met de grond verbonden blijft.13 Een garage die een huurder bij het huurhuis heeft gebouwd voor de duur van de huurperiode, is een schijnbestanddeel en daarom een roerende zaak. Voor de latere overdracht van de garage zijn de regels omtrent de overdracht van roerende zaken van toepassing, aangezien de garage geen bestanddeel is geworden van de grond.14
Willen partijen dat een wezenlijk bestanddeel sonderrechtsfähig wordt, dan zullen zij het bestanddeel moeten afscheiden.