NJ 2025/260
Maatstaf voor het verzoek tot vernietiging van geheimhoudersgegevens als is aangevoerd dat de manier van ‘uitgrijzen’ niet voldoet aan de vereisten.
HR 15-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:578, m.nt. P.A.M. Mevis
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, A.E.M. Röttgering, T. Kooijmans, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/02504 Bv
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Noot
P.A.M. Mevis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD25507:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:578, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:81, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:40, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑09‑2024
- Wetingang
Essentie
De rechtbank had het beklag als bedoeld in art. 98 lid 4 Sv in samenhang met art. 552a Sv (mede) moeten opvatten als een verzoek als bedoeld in art. 552a lid 2 Sv tot vernietiging van gegevens die zijn ontleend aan inbeslaggenomen gegevensdragers en die als geheimhoudersinformatie zijn aangemerkt, nu is aangevoerd dat de manier waarop die gegevens zijn ‘uitgegrijsd’ niet voldoet aan het vereiste dat is verzekerd dat die gegevens geen deel uitmaken van de processtukken en dat daarop in het verdere verloop van het strafproces geen acht wordt geslagen. De Hoge ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.