Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/5.5.2
5.5.2 Overmoedigheid
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111437:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Roese & Vohs 2012, p. 417.
Zie ook: Hermans 2017, p. 481; zie anders: Timmerman 2018, p. 521.
Hof Amsterdam 5 april 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0991, JOR 2013/41 m.nt. Bulten (VEB/Fortis), ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0991, Conclusie A-G, r.o. 3.14; HR 6 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1586, JOR 2014/65 m.nt. Holtzer, r.o. 4.2.3. Zie ook: Hermans 2017, p. 481-482.
Hof Amsterdam 5 april 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0991, JOR 2013/41 m.nt. Bulten (VEB/Fortis), r.o. 4.5; HR 6 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1586,JOR 2014/65 m.nt. Holtzer, r.o. 4.2.3.
Het tweede gevolg van hindsight bias is overmoedigheid. De persoon onder invloed van hindsight bias kan een onevenredig en ongerechtvaardigd hoog vertrouwen hebben in bepaalde voorspellingen of gelegde causale verbanden.1 Dit ongerechtvaardigde hoge vertrouwen is bijvoorbeeld te zien bij gokkers in de vorm van de zogenaamde gamblers fallacy. Als bij een spelletje roulette de bal twee keer in het zwarte vakje terecht is gekomen, acht de gokker de kans veel groter dat het balletje bij de derde maal in het rode vakje terechtkomt, terwijl de kans continu hetzelfde is. De gokker overdrijft hier de voorspelbaarheid van een bepaalde afloop. Bij de rechter creëert overmoedigheid het gevaar dat hij de voorspelbaarheid van de ongunstige afloop groter acht, doordat de rechter beschikking heeft over ex post informatie. Dit heeft gevolgen voor onder meer de mate van schuld en aansprakelijkheid. Zo had een bestuurder volgens de rechter bijvoorbeeld sneller ‘het faillissement moeten zien aankomen’, terwijl dit in de gegeven situatie wellicht helemaal niet het geval hoefde te zijn. Dit effect is bijvoorbeeld zichtbaar in de Fortis-zaak.2 Daar leggen de Ondernemingskamer, de A-G en de Hoge Raad een zware last op Fortis als bank en overschatten tegelijkertijd de capaciteiten van de rechter om deze last ex post objectief in te schatten.3 Het Knobe-effect kan waarschijnlijk deze overmoedigheid versterken, omdat de rechter bij een zeer negatief resultaat en bij zeer negatieve signalen, alleen maar meer vertrouwen zal hebben in een bepaalde oorzaak. De neiging tot het aanwijzen van een oorzaak is groter. De negatieve gebeurtenissen in zowel de Fortis-zaak als de Meavita-zaak hebben hierbij een versterkende invloed op het hindsight bias-gevaar. Er bestaan nog geen empirische onderzoeken naar een combinatie van het hindsight bias-effect en het Knobe-effect bij de rechter, dus het intreden van de combinatie van deze effecten kan ik op dit moment nog niet met zekerheid voorspellen. Gelet op mijn eigen onderzoek en de situaties waarin het Knobe-effect wel is onderzocht, lijkt mij dit gevaar wel realistisch en waarschijnlijk.
In de Meavita-zaak kan het vertrouwen in bepaalde voorspellingen of gelegde causale verbanden tussen oorzaken en het faillissement van Meavita nog eens worden versterkt doordat de Ondernemingskamer de zaak bekijkt door de ogen van de onderzoekers en hun onderzoeksverslag. Deze zienswijze is inherent aan de opbouw en structuur van de enquêteprocedure. Deze structuur beperkt de controle van de raadsheren op het verzamelen van informatie en de selectie van informatie.
In zowel de Fortis-zaak als de Meavita-zaak houden onderzoekers en raadsheren het bij de enkele overweging dat zij op de hoogte zijn van het risico op hindsight bias en hier alert op zijn.4 De effecten van mentale misleiding, waaronder hindsight bias, zijn dermate groot dat een ‘simpele’ alertheid niet voldoende is. Onderzoekers en raadsheren kunnen dan ook niet volstaan met een dergelijke overweging. Zij behoren de risico’s op mentale misleiding niet te onderschatten en actief aan de slag te gaan met het inperken van deze risico’s. Hiertoe bied ik enkele concrete beperkingstechnieken in par. 5.6.