Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/§2.6.
§2.6. Lagere regelgeving en andere documenten
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Voetnoten
Voetnoten
Besluit van 17 januari 2003, houdende de voorschriften voor de begrotings- en verantwoordingsdocumenten, uitvoeringsinformatie en informatie voor derden van provincies en gemeenten. Stb. 2003, nr. 27.
Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 februari 2003, F02003/U53097 houdende bepalingen met betrekking tot informatie voor derden, Stcrt. 21 februari 2003, nr. 37, p.8.
Besluit van 28 augustus 2003, houdende nadere voorschriften reikwijdte en rapportering accountantscontrole provincies en gemeenten, Stb. 2002, 68. Deze wijziging was onder meer noodzakelijk met het oog op het vervallen van het raadslidmaatschap van wethouders.
Besluit van 24 oktober 2005 tot wijziging van enige besluiten in verband met de dualisering van het gemeentebestuur en het provinciebestuur, Stb. 2005, 574.
Besluit van 22 december 2005 tot wijziging van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, het Rechtspositiebesluit gedeputeerden, het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden, het Rechtspositiebesluit burgemeesters, het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, Stb. 2006, 8.
Circulaire van 22 mei 2003 (F02003/U66581).
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Circulaire Rechtmatigheidscontrole door de accountant, 24 november 2004, p. 6.
Zie bijvoorbeeld Damen e.a. (2009), p. 236, die als voorbeeld de relatie aanhaalt tussen de minister van Financiën en de belastinginspecteur. Zonder op deze plaats in te willen gaan op de vraag of het inrichten en vaststellen van begroting en rekening te scharen is onder de gemeentelijke autonomie dan wel een verplichting in de wet (niet zijnde autonomie of medebewind) volgens Hennekens e.a. is (zie Hennekens/Van Geest/Fernhout (1998), p. 26 e.v.), kan worden volstaan met de vaststelling dat het in ieder geval niet gaat om het uitoefenen van bevoegdheden in medebewind. In een mede-bewindssituatie lijkt een verantwoordelijkheid van de minister in de zin van een hiërarchische relatie denkbaar.
Voor een diepgaandere bespreking van deze thematiek Brdring (1993).
Een aantal van deze Handreikingen is overigens tot stand gekomen via andere platforms, zoals het platform finfun duaal, waarin naast het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten verschillende gemeenten (Haren, Borsele, Opsterland, Midden-Drenthe, Vriezenveen, Lochem, Zeist, Den Helder, Rotterdam, Breda en Helden) en de provincie Drenthe vertegenwoordigd waren.
Na het ter ziele gaan van de website van de Vernieuwingsimpuls zijn deze handreikingen beschikbaar gebleven via de website van het Actieprogramma lokaal bestuur (zie www.actieprogrammalokaalbestuur.nl/handreikingen). Op deze website staan in totaal 27 van deze handreikingen (alsmede nieuwe handreikingen van andere organisaties zoals de VNG, de Vereniging van Gemeentesecretarissen en het Actieprogramma lokaal bestuur zelf).
De dualisering van het gemeentebestuur heeft niet alleen zijn beslag gekregen in formele wetgeving, maar ook in verschillende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Deze documenten hebben uiteraard een onmiskenbare juridische status; het zijn per slot van rekening algemeen verbindende voorschriften. Ten aanzien van het onderwerp van dit onderzoek is een aantal algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen van belang. In volgende hoofdstukken zullen deze — het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV),1 de Regeling informatie voor derden2 en het Besluit accountantscontrole provincies en gemeenten (Bapg)3uitgebreid worden besproken. Verder kan worden gewezen op het Besluit dualisering medebewindsbevoegdheden4 en op de wijziging van verschillende rechtspositiebesluiten.5
Daarnaast is een wereld van andere documenten tot stand gekomen met een niet-juridische, maar niettemin sturende werking. Deze zullen hier worden onderverdeeld in circulaires, handreikingen en modelverordeningen.
- Circulaires
Van deze drie categorieën heeft de figuur van de circulaire de grootste juridische pretentie. Deze circulaires worden namelijk veelal uitgevaardigd door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Voorbeelden van voor dit onderzoek belangrijke circulaires zijn de CirculaireBBV6 en de Circulaire rechtmatigheidscontrole door de accountant.7 De vraag is wat de juridische status is van dergelijke circulaires. Het begrip 'circulaire' zou kunnen doen vermoeden dat we hier te maken hebben met beleidsregels. Mijns inziens is dit echter onjuist.
Van belang daarbij is, dat het de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties was, die deze circulaires heeft doen uitgaan. Deze kan op dit vlak echter onmogelijk beleidsregels in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitvaardigen. Op basis van art. 4:81 Awb kan een bestuursorgaan namelijk uitsluitend beleidsregels vaststellen: 1) met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid (art. 4:81 lid 1 Awb) of: 2) voor zover dit bij wettelijk voorschrift is bepaald (art. 4:81 lid 2 Awb). Het eerste lid gaat ten aanzien van de minister niet op. Het opstellen van begroting en jaarstukken en het aansturen van de controlerende accountant is een bevoegdheid van het gemeentebestuur en kan niet worden beschouwd als een bevoegdheid die de minister zelf toekomt of die door de minister aan de gemeente is gedelegeerd. Het is bovendien onjuist om te stellen dat de inrichting van begroting en jaarstukken of de accountantscontrole onder de verantwoordelijkheid van de minister geschiedt. Volgens bestuursrechtelijke literatuur geeft verantwoordelijkheid in de zin van art. 4:81 Awb blijk van een hiërarchische relatie8 die volgens mij op dit punt niet bestaat, omdat de besluitvorming op deze vlakken niet tot het medebewind kan worden gerekend. Lid 2 van art. 4:81 Awb biedt de minister ook geen houvast, aangezien er geen wettelijke bepaling te vinden is die de minister impliciet dan wel expliciet de bevoegdheid toekent op dit terrein beleidsregels uit te vaardigen.
De constatering dat deze circulaires geen beleidsregels in de zin van de Awb zijn, ontdoet deze overigens niet geheel van juridische betekenis. Zij kunnen namelijk wél worden gezien als richtlijnen die gemeenten kunnen hanteren als handvatten voor de interpretatie van de regels waarop zij gebaseerd zijn (in casu het BBV respectievelijk het Bapg). In die zin hebben zij dezelfde normatieve werking als de Nota's van toelichting bij deze regelingen. Bovendien zouden zij de regering van dienst kunnen zijn als toetsingskader bij het al dan niet gebruiken van haar schorsings- en vernietigingsrecht.9
- Handreikingen
Om de dualiseringsoperatie kracht bij te zetten, is door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de zogeheten Wernieuwingsimpuls dualisme en lokale democratie' opgericht. Een belangrijke doelstelling van de Vernieuwingsimpuls was het inzichtelijk maken van de doelstellingen van de dualisering en het begrijpelijk maken van de dualiseringswet- en regelgeving ten opzichte van degenen die werkzaam zijn in de gemeentelijke praktijk (raadsleden, burgemeesters, wethouders en gemeentelijke ambtenaren). Dit geschiedde onder meer door het afscheiden van een groot aantal `Handreikingen'.10 In het kader van dit onderzoek kan gedacht worden aan de volgende handreikingen:
Raad, laat je gelden! (wegwijzer begrotingscyclus)
De positie van de wethouder
`De actieve informatieplicht van burgemeester en wethouders'
Financiële en controleverordeningen
Recht van onderzoek in de gemeentelijke praktijk
Bestuursbevoegdheden in een dualistisch stelsel
De lokale rekenkamer en rekenkamerfunctie
Duale begroting
Reglement van orde in een dualistisch stelsel11
Omdat daarvoor ook maar enige wettelijke grondslag ontbreekt, geldt dat deze documenten geen enkele juridische status hebben. Veeleer moeten zij worden beschouwd als documenten met voorbeelden en tips voor gemeenten en provincies. In het navolgende zal overigens blijken dat veel van deze voorbeelden en tips uitgaan van nogal scherp gedualiseerde verhoudingen en daardoor niet overeenkomen met de juridische werkelijkheid van de dualisering van het gemeentebestuur.
Modelverordeningen
Tot slot zijn er de modelverordeningen. Veel van deze modellen zijn eveneens afkomstig van de Vernieuwingsimpuls dualisme en lokale democratie en zijn gepubliceerd als bijlage van de genoemde handreikingen. Voor de modellen an sich geldt dan ook dat zij elke juridische betekenis ontberen. Echter, voor zover de modelverordeningen door gemeenteraden zijn omgezet in daadwerkelijke gemeentelijke verordeningen, hebben zij uiteraard wel degelijk juridische betekenis. Omdat dit op grote schaal gebeurt, zal aan deze modellen in volgende hoofdstukken de nodige aandacht worden besteed.