Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars
Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/7.7:7.7 Samenvatting
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/7.7
7.7 Samenvatting
Documentgegevens:
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950483:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1. Boek 7 Titel 10 Afdeling 8 BW (“Rechten van de werknemer bij overgang van een onderneming”)
Op grond van art. 7:663 BW gaan in het geval van overgang van een onderneming de rechten en verplichtingen die op dat tijdstip voor de werkgever in die onderneming voortvloeien uit de arbeidsovereenkomsten tussen hem en de daar werkzame werknemers van rechtswege over op de verkrijger. Het moet gaan om een overgang, ten gevolge van een overeenkomst, een fusie of een splitsing, van een economische eenheid die haar identiteit behoudt. Op basis van jurisprudentie moet er naar mijn mening rekening mee worden gehouden dat er in geval van een portefeuilleoverdracht al vrij snel de conclusie kan worden getrokken dat er sprake is van een overgang van onderneming in arbeidsrechtelijke zin.
2. Art. 37d Wet op de omzetbelasting 1968
In het geval van een portefeuilleoverdracht zal de verkrijgende verzekeraar voor wat betreft de omzetbelasting een beroep doen op art. 37d Wet OB. Op grond van art. 37d Wet OB wordt bij de overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen, al dan niet tegen vergoeding of in de vorm van een inbreng in een vennootschap, aangenomen dat geen leveringen of diensten plaatsvinden. Een “ruimhartig” beleid van de belastingdienst is naar mijn mening in het belang van polishouders.
3. De Algemene verordening gegevensbescherming
Voor het verstrekken van persoonsgegevens door de overdragende verzekeraar aan een potentiële verkrijger van de verzekeringsportefeuille tijdens het due diligence onderzoek gelden twee vereisten. Het verstrekken van gegevens mag alleen als dat verenigbaar is met het doel waarvoor de gegevens zijn verzameld, en het verstrekken van gegevens moet gebaseerd zijn op één van de grondslagen vermeld in art. 6 AVG. Art. 6 lid 1 onder f AVG (gerechtvaardigd belang van de verwerkingsverantwoordelijke of een derde) is de daarvoor meest in aanmerking komende grondslag. Voor het verstrekken van persoonsgegevens door de overdragende verzekeraar aan de verkrijgende verzekeraar na de “closing” van de transactie gelden dezelfde twee vereisten. Ook hierbij is de grondslag vermeld in art. 6 lid 1 onder f AVG zeer waarschijnlijk de grondslag voor de verstrekking van de persoonsgegevens. Het is verdedigbaar dat de overdragende verzekeraar verplicht is om de betrokkenen op grond van art. 13 AVG te informeren over de overdracht van de verzekeringsadministratie aan de verzekeraar aan wie de rechten en verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomsten zijn overgedragen. De verkrijgende verzekeraar moet de betrokkenen na de “closing”, binnen een redelijke termijn maar uiterlijk binnen één maand na de verkrijging van de persoonsgegevens, informeren welke rechtspersoon de verwerkingsverantwoordelijke is geworden en waar de betrokkenen het privacy statement kunnen vinden, tenzij de betrokkenen reeds over deze informatie beschikken (art. 14 AVG).
4. De Wet basisregistratie personen en het Besluit basisregistratie personen
Indien DNB aan een levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar opdracht zou geven om in plaats van een advertentie te plaatsen individuele kennisgevingen te sturen aan iedereen aan wie op grond van art. 3:119 Wft het verzetrecht toekomt, dan loopt de verzekeraar tegen het probleem aan dat het voor brieven benodigde adressenbestand niet volledig juist en niet geheel volledig is. Door een recente wijziging van bijlage 4 van het Besluit basisregistratie personen zal dit probleem echter wel kleiner worden. Op grond van deze wijziging mag vanuit de Basisregistratie Personen systematische melding van overlijdens van verzekerden aan verzekeraars van individuele levensverzekeringen plaatsvinden, zodat verzekeraars zo nodig contact op kunnen nemen met begunstigden om aanspraken van gerechtigden te kunnen honoreren. Indien een uitkering uit de verzekering opeisbaar is, komt het verzetrecht op grond van art. 3:119 Wft toe aan de uitkeringsgerechtigden. Deze wijziging stelt verzekeraars in staat hun administratie, voor wat betreft uitkeringsgerechtigden van verzekeringen waarvan de verzekerde al is overleden, in orde te maken en voortaan op orde te houden. Dit faciliteert voor het geval van een portefeuilleoverdracht ook het versturen van individuele kennisgevingen met betrekking tot de voorgenomen portefeuilleoverdracht en het verzetrecht. Deze wijziging van bijlage 4 van het Besluit basisregistratie personen lost echter niet het probleem op dat verzekeraars met betrekking tot verzekeringen waarvan het verzetrecht nog toekomt aan de verzekeringnemer (terwijl deze verzekeringnemer niet uitdrukkelijk heeft ingestemd met mededelingen langs elektronische weg) niet altijd beschikken over het juiste postadres van de desbetreffende verzekeringnemer.
5. Art. 7:933 BW en het Besluit elektronische mededelingen in het kader van een verzekeringsovereenkomst
Alle mededelingen waartoe de bepalingen van Titel 7.17 van het Burgerlijk Wetboek of de verzekeringsovereenkomst de verzekeraar aanleiding geven, moeten schriftelijk geschieden (art. 7:933 lid 1 BW). In het Besluit EM 2011 zijn aanvullende regels gesteld ten aanzien van de verzending van mededelingen langs elektronische weg. De vraagt rijst daarom of DNB, indien zij de verzekeraar op grond van art. 3:119 en 3:120 Wft opdracht geeft om advertenties te plaatsen in landelijke dagbladen, aan de verzekeraar eigenlijk opdracht geeft tot een handelen in strijd met art. 7:933 BW. Mijns inziens zijn er argumenten om die vraag bevestigend te beantwoorden.