Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/5.2.5
5.2.5 Tijdelijke eenpersoonsvennootschap en mini-fusie
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS584601:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
CC, art. 1844-5 lid 1.
Cozian, Viandier & Deboissy 2012, nr. 479 en 480.
Code des sociétés commenté 2009, CC, art. 1844-5, aant. I, met verwijzing naar C.com., art. L.223-4 en art. L. 227-4.
In deze context is de regeling besproken door Van Eck 2009, p. 7. EURL is de aanduiding voor eenpersoons SARL; SASU die voor eenpersoons SAS.
Voor de actio pauliana, zie CC, art. 1167.
CC, art. 1844-5 lid 3. De regeling is vergelijkbaar met de schuldeisersverzetsprocedure bij fusie van SA’s en SARL’s; zie 5.2.3.4.
CC, art. 1844-5 lid 3. Code des sociétés commenté 2009, CC, art. 1844-5, aant. 6 quater.
CC, art. 1844-5 lid 4.
Code des sociétés commenté 2009, CC, art. 1844-5, aant. III.
Cozian, Viandier & Deboissy 2012, nr. 481.
Bij de fusie kan dit wel; zie C.com, art. L.236-4. Code de sociétés commenté 2009, CC, art. 1844-5, aant. III en 7; en Mémento Pratique 2009, nr. 26334. Terugwerkende kracht heeft slechts betrekking op de accountingtechnische, financiële en fiscale aspecten.
Code des sociétés commenté 2009, CC, art. 1844-5, aant. IV en 6 quinquies; Cozian, Viandier & Deboissy 2012, nr. 481.
Code des sociétés commenté 2009, CC, art. 1844-5, aant. III.
Frankrijk kent een interessante wetsbepaling over de eenpersoonsvennootschap (art. 1844-5 lid 1 CC). De vereniging van alle vennootschapsaandelen in één hand brengt niet van rechtswege ontbinding van de vennootschap mee. Wel kan de enig vennoot tot ontbinding besluiten. Bovendien kan iedere belanghebbende bij de rechtbank om ontbinding verzoeken als de situatie niet binnen een jaar is geregulariseerd. De rechtbank kan ten hoogste zes maanden uitstel verlenen om de situatie te regulariseren en zij kan de ontbinding niet uitspreken als regularisatie intussen heeft plaatsgevonden.1 Alles is er dus aan gedaan om te voorkomen dat de vennootschap van rechtswege wordt ontbonden.2 De regeling spreekt over parts sociales, maar geldt ook voor vennootschappen met een in actions verdeeld kapitaal. De mogelijkheid om de rechtbank ontbinding te vragen geldt niet bij SARL en SAS, aangezien voor die vennootschappen de status van eenpersoonsvennootschap volledig wordt erkend.3
De regeling is van bijzonder belang voor de personenvennootschappen. Het ontstaan van een situatie waarin nog maar één vennoot overblijft, leidt niet van rechtswege tot ontbinding van de vennootschap. Er is ruim gelegenheid om hetzij een nieuwe vennoot te vinden, dan wel de rechtsvorm van de vennootschap te wijzigen. De regeling geldt niet voor de SEP.
De genoemde wetsbepaling (art. 1844-5 CC) bevat nóg een bijzonderheid die vermelding verdient. Ontbinding van de eenpersoonsvennootschap brengt mee dat haar gehele vermogen onder algemene titel overgaat op de enig vennoot, zonder dat sprake is van vereffening (art. 1844-5 lid 3 CC). Dit geldt voor personenvennootschappen, maar ook voor de EURL en de SASU.4 Dat deze overgang van rechtswege plaatsvindt, staat aan eventuele toepassing van de actio pauliana niet in de weg.5 Bij artikel 1844-5 lid 3 CC is de vermogensovergang het gevolg van de ontbinding, waarvoor steeds een rechtshandeling vereist is.
Met het oog op de vermogensovergang van rechtswege geldt een schuldeisersverzetsprocedure.6 Schuldeisers kunnen gedurende dertig dagen verzet aantekenen tegen de ontbinding, te rekenen vanaf het moment waarop deze op de voorgeschreven wijze is aangekondigd. De rechter verwerpt het bezwaar of beveelt hetzij de voldoening van de vordering dan wel het stellen van zekerheden als die door de vennootschap worden aangeboden en voldoende worden geoordeeld. De ontbinding – en daarmee de overgang van het vermogen – wordt pas van kracht na verloop van de bezwaartermijn of, in voorkomend geval, zodra het bezwaar is verworpen, de vordering is terugbetaald of de zekerheden zijn verschaft.7 In 2001 is deze wijze van overgang uitgesloten voor het geval de enig vennoot een natuurlijke persoon is,8 om te voorkomen dat de regeling zich tegen hem zou keren in geval van een negatief saldo.9 Is een natuurlijke persoon enig vennoot van een ontbonden vennootschap, dan zal vereffening moeten plaatsvinden.10
De regeling van artikel 1844-5 lid 3 vertoont gelijkenis met de moeder/dochter- fusie, maar er zijn diverse verschillen. De regeling is in zoverre minder flexibel dan die bij fusie, dat er geen terugwerkende kracht aan kan worden gegeven.11 Hoogstpersoonlijke rechtsposities kunnen op deze wijze niet overgaan, maar dat geldt bij de fusie evenzeer.12 Onder artikel 1844-5 lid 3 hoeft geen fusievoorstel te worden opgemaakt. Daarom kan gemakshalve worden gesproken van een mini-fusie. De route van artikel 1844-5 lid 3 is populair, omdat zij een eenvoudig alternatief biedt voor een moeder/dochter-fusie of formele vereffening.13