NJB 2025/2011:Een bedrijf wordt onder bijzonder beheer van de bank geplaatst. Op voorspraak van de bank sluit het bedrijf overeenkomsten van opdracht met een adviesbureau. Later blijkt dat het adviesbureau heimelijk contacten heeft onderhouden met een bestuurder van het bedrijf en met de bank zonder de overige bestuurders hierin te kennen. Het bedrijf brengt een buitengerechtelijke ontbindingsverklaring uit en vordert schadevergoeding van het adviesbureau. Hoge Raad: 1. Verboden aanvulling feitelijke grondslag. Ontbinding. Ongedaanmakingsverplichting. Vergoeding van de waarde. Het bedrijf heeft terugbetaling van het betaalde loon gevorderd. Het adviesbureau heeft hiertegenover geen stellingen aangevoerd over een waardevergoedingsvordering. Door te oordelen dat de prestatie van het adviesbureau niet waardeloos is geweest, heeft het hof de feitelijke grondslag van het verweer van het adviesbureau aangevuld. 2. Vermogensschade. De conclusie van het hof dat het bedrijf geen schade heeft geleden, staat er niet aan in de weg dat het bedrijf aanspraak kan maken op vergoeding van de kosten als bedoeld in art. 6:96 lid 2 aanhef en onder b en c BW.