Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/6.4:6.4 Beoordeling van pools onder het kartelverbod
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/6.4
6.4 Beoordeling van pools onder het kartelverbod
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183625:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf onderzoek ik de toepassing van het kartelverbod op de samenwerking tussen verzekeraars in pools. Een aantal vragen verdient in dat kader bespreking. In de eerste plaats de vraag of, en zo ja, wanneer een pool(overeenkomst) valt onder het toepassingsbereik van artikel 101 lid 1 van het Werkingsverdrag en/of artikel 6 lid 1 Mw. Dit is van belang omdat op grond van artikel 101 lid 2 van het Werkingsverdrag en/of artikel 6 lid 2 Mw. de pool(overeenkomst) dan van rechtswege nietig is. Een tweede vraag die aan de orde komt is, indien sprake is van een verboden kartel, onder welke voorwaarden dan een vrijstelling van het kartelverbod gerechtvaardigd kan zijn.
In par. 6.4.1 sta ik eerst stil bij de toetsing van een pool aan artikel 101 lid 1 van het Werkingsverdrag (de vraag of sprake is van een kartel), waarna ik in par. 6.4.2 de ruimte zal verkennen die artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag zou kunnen bieden (de vraag of een verboden kartel toch is toegestaan). Ik bespreek beide beoordelingen afzonderlijk omdat pas wordt toegekomen aan de beoordeling onder lid 3 van het kartelverbod als vaststaat dat is voldaan aan lid 1 van het kartelverbod. Ik maak bij de toepassing van het kartelverbod onderscheid naar de samenwerking in verzekeraarspools en de intermediaire pools. Bij intermediaire pools onderzoek ik hoe de eerder besproken drie varianten die in de praktijk voor blijken te komen, beoordeeld dienen te worden onder het kartelverbod.
6.4.1 Beoordeling van pools op grond van artikel 101 lid 1 van het Werkingsverdrag en artikel 6 lid 1 Mw.6.4.2 Verboden, maar toch toegestaan?