Einde inhoudsopgave
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/V.3.6
V.3.6. De vorm
prof. mr. F.W.J.M. Schols, datum 24-03-2006
- Datum
24-03-2006
- Auteur
prof. mr. F.W.J.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS576750:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Men zal de nietige beschikking niet converteren in een geldige overeenkomst met werking tijdens leven, omdat rechten en plichten tijdens leven niet werden beoogd. MünchKomm – Musielak, § 2276, Rn. 13.
MünchKomm – Musielak, § 2274, Rn. 6.Vgl. § 2064 BGB (Persönliche Errichtung).
Palandt-Edenhofer, BGB, § 2274, Rn. 2.
De testateur doet hier feitelijk afstand van de ‘Belehrung’. De notaris mag de testateur naar de inhoud vragen en op mogelijke problemen wijzen. Nieder, Testamentsgestaltung, Rn. 1072. Voor gegevens over het onderhands testeren zie par. 4.6 van dit hoofdstuk.
Mayer in Dietman-Reimann-Bengel, Kommentarteil Teil C, § 2276, Rn. 25. Zie voor een voorbeeld waar § 2276 Abs. 2 BGB nog een functie kan hebben Schlüter, Erbrecht, Rn. 254. Onder omstandigheden – in het kader van de ‘Höfeordnung’ – zijn erfovereenkomsten vormvrij. Mayer in Dietman-Reimann-Bengel, Kommentarteil Teil C, § 2276, Rn. 47.
Aldus Mayer in Dietman-Reimann-Bengel, Kommentarteil Teil C, vor § 2274ff, Rn. 42.
§ 2276 Abs. 1 BGB schrijft op straffe van nietigheid1 voor dat van de erfovereenkomst een notariële akte moet worden gemaakt. § 2274 BGB2 bepaalt dat de partijen daarbij aanwezig moeten zijn. Het is niet mogelijk om aanbod en aanvaarding los te koppelen. Betreft het een eenzijdige erfovereenkomst dan kan degene die zelf niet (bindend/eenzijdig) beschikt, vertegenwoordigd worden.3 De testateur kan zijn wil opgeven bij de notaris of hem zijn uiterste wil schriftelijk (al dan niet zelf geschreven) open of gesloten aanbieden met de mededeling dat het aangeboden stuk zijn uiterste wil bevat. Dit laatste zou mede de verklaring kunnen zijn dat uitleg in Duitsland van alle dag lijkt.4
§ 2276 Abs. 2 BGB zou een minder streng vormvoorschrift moeten geven voor echtgenoten en verloofden. Zij kunnen volstaan met de vormvereisten die gelden voor huwelijkse voorwaarden, indien de erfovereenkomst opgenomen wordt in dezelfde akte als de huwelijkse voorwaarden. Thans geldt dit echter nauwelijks als een verlichting. De vermeende versoepeling van de vormvoorschriften moet gezien worden in het licht van het feit dat voorheen voor erfovereenkomsten getuigen vereist waren en voor het maken van huwelijkse voorwaarden in beginsel niet.5 De verplichte notariële tussenkomst past bij de verstrekkende gevolgen van de erfrechtelijke gebondenheid, die voorvloeit uit het feit dat een overeenkomst voorligt. Niet alleen de erflater maar ook de verkrijger, die zal moeten weten wat hij mag verwachten, moet worden voorgelicht.
‘Die beim Erbvertrag gesetzlich vorgeschriebene notarielle Belehrung (§ 17 BeurkG) und die dadurch zu gewährleistende sachkundige Beratung besteht daher zu Recht.’6
Ook het gevaar voor ongewenste beïnvloeding roept overigens om de tussenkomst van de notaris. De vraag is of de mogelijkheid van de ‘gesloten aanbieding’ bij dit alles past. Ik betwijfel het.