De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht
Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.5.4:5.5.4 Conclusies
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.5.4
5.5.4 Conclusies
Documentgegevens:
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS375245:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De belangrijkste conclusies met betrekking tot het verkrijgen van inzage bij derden (in casu: anderen dan de normadressaat zelf) laten zich als volgt samenvatten:
De inspecteur en de toezichthouder kunnen – in beginsel – inzage verkrijgen onafhankelijk van de locatie van archivering. Ook als derden de administratie voeren, blijft de administratieplichtige respectievelijk de onder toezicht gestelde, verantwoordelijk voor het nakomen van de inzageverplichting.
De inspecteur heeft in beginsel alleen de bevoegdheid tot ‘inzage’ bij een derde. Hij kan alleen gegevens en inlichtingen verkrijgen indien sprake is van een administratieplichtige die op grond van artikel 53 AWR een beperkte toelichting moet verstrekken. Tegenover de toezichthouder gelden de verplichtingen van de derde onverkort en hij kan ook inlichtingen vorderen.
De inspecteur kan zowel persoonlijke als zakelijke gegevens inzien, zolang die maar fiscaal relevant kunnen zijn. Voor de toezichthouder is de medewerking van inzage beperkt tot zakelijke gegevens.
Bij het vorderen van inzage op basis van art. 48 AWR heeft de inspecteur de verplichting tot kennisgeving: dat geldt niet voor de toezichthouder. In de vorderingsmogelijkheid zelf ligt overigens wel een overeenkomst tussen beide.