Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/2.1.2
2.1.2 Vijf golven en een plan van aanpak
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS593775:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Niet te verwarren met de vier rechtshulpgolven die in de Nederlandse rechtssociologische literatuur zijn onderscheiden door Schuyt, Groenendijk & Sloot 1976. In dit standaardwerk over de Nederlandstalige rechtshulp worden vier `rechtshulpgolven' onderscheiden, waarin de aandacht voor de toegang tot het recht voor gewone burgers extra in de belangstelling stond. Zie ook Huls 2004, p. 11 en Huls 2005, p. 3-8.
Een van de klassiekers in de toegang tot het recht literatuur is de studie van Cappelletti & Garth 1978. Zie echter ook Cappelletti&Garth 1977-8, p. 196-227, Sarat 1986, Trubek 1990, Bottomley e.a. 1994, Parker 1999, p. 32, Macdonald 2003, p. 2-3. Parker 1999 behandelt het onderwerp voor common law landen (vooral Australië en het Verenigd Koninkrijk, maar ook voorbeelden uit de US en Canada worden sporadisch genoemd). Macdonald 2003 behandelt het onderwerp vooral vanuit een Canadees perspectief. Zijn voorbeelden bestrijken het terrein van het civiele-, bestuurs- en strafrecht. Hierna zal vooral op ontwikkelingen in het civiele recht worden gelet.
Men spreekt ook van de `legai aid approach': Macdonald 2003, p. 2, 11-7, Parker 1999, p. 32-5, Cappelletti & Garth 1977-1978, p. 197-209.
In de literatuur wordt de tweede golf aangeduid als `institutional redesign' (Macdonald 2003, p. 2, p. 26-36) of als 'public interest law' (Parker 1999, p. 35-6).
De derde golf heeft dan ook de passende bijnaam `demystification of law' (Macdonald 2003, p. 2-3, 40-2) ofwel `informal justice' (Parker 1999, p. 36-38) gekregen.
Macdonald 2003, p. 3-4, 42-55 en Parker 1999, p. 38-41, 174-204.
Macdonald 2003, p. 3 spreekt van `preventative law'.
In de buitenlandse literatuur worden vijf golven in het denken over de toegang tot het recht onderscheiden1 De eerste drie kunnen in de tijd gepositioneerd worden tussen halverwege de jaren zestig en het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw.2 Na het bovenstaande zal het duidelijk zijn geworden dat de positionering in de tijd slechts richtinggevend is en niet absoluut mag worden opgevat. De eerste golf stelt de toegang tot het recht gelijk aan de toegang tot overheidsrechtspraak en vooral tot gefinancierde rechtshulp en tot advocaten.3 De tweede golf richt zich op maatschappelijke en institutionele veranderingen die via het rechtssysteem gerealiseerd kunnen worden. Ook begint aandacht te ontstaan voor maatregelen die het functioneren van de overheidsrechtspraak dienen te verbeteren en die rechtspraak betekenisvoller en efficiënter te maken.4 De derde golf zet de tendens voort om overheidsrechtspraak slagvaardiger en betekenisvoller te maken, maar focust de aandacht op alternatieven daarvoor.5
De vierde en de vijfde golf worden gepositioneerd aan het eind van de vorige en het begin van deze eeuw.6 Ook bij de vierde golf staan alternatieven voor overheidsrechtspraak centraal. Zij worden echter niet zozeer gezien als mechanismen voor het oplossen van gerezen conflicten tussen rechtzoekenden, maar eerder als middelen om conflicten te voorkomen.7 Bij de vijfde en (voorlopig) laatste golf wordt de toegang tot het recht gezocht buiten het juridische, maar dan niet zozeer in de bekende alternatieven voor overheidsrechtspraak, maar in zelfregulering. Gezegd zou kunnen worden dat de laatste twee golven een variatie zijn op een bekend thema: het zoeken van middelen om het probleem van de toegang tot het recht te verhelpen, buiten de overheidsrechtspraak.
In 2.2 t/m 2.6 zal ik deze vijf golfbewegingen nader toelichten en betrekken op de Nederlandse situatie. Waar ik dat nuttig en relevant acht, zal ik tevens ontwikkelingen in andere (Europese) landen aanstippen. Bij de behandeling wordt een driestappen-plan gevolgd. Eerst wordt de desbetreffende golfbeweging aangeduid. Daarna worden buitenlandse en Nederlandse voorbeelden genoemd. Tenslotte worden de tekortkomingen van de desbetreffende golfbeweging aangeduid die tot een volgende golfbeweging hebben geleid. Een evaluatie van de bevindingen vindt plaats in 2.7.