Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/5.1:5.1 Inleiding
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS497013:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Op grond van de Lamicie-normen (calculatienormen voor werkzaamheden binnen de Rechtspraak) is voor de rechterlijke beoordeling van een beslagrekest slechts zes minuten beschikbaar.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De beoordeling door de voorzieningenrechter van een verzoek om conservatoir beslag te mogen leggen, leidt tot een beslissing over een bewarende maatregel, die voor de beslagene zeer verstrekkende gevolgen kan hebben. Het in de wet voorgeschreven summiere onderzoek,1 dat de voorzieningenrechter uitvoert alvorens te beslissen, wordt in overwegende mate bepaald door de informatie die in het beslagrekest door de verzoeker, die beslag wenst te leggen wordt verstrekt. Omdat de beoogd beslagene in de meeste gevallen niet wordt gehoord op het verzoek, verkeert de verzoeker in dit stadium in een evidente voorrangspositie. De voorzieningenrechter gaat immers in de regel op de hem verstrekte informatie af, doch kan beslissen om het verzoek niet aanstonds toe te wijzen; in een dergelijk geval zal vrijwel altijd contact worden opgenomen met de advocaat van verzoeker, om deze in de gelegenheid te stellen het verzoek te wijzigen en opnieuw in te dienen. De procedure is in dit stadium gericht op het mogelijk maken van het leggen van beslag, opdat de verzoeker diens (vermeende) recht(en) veilig kan stellen, terwijl de beoogd beslagene niet op de hoogte is van het op handen zijnde beslag, omdat deze anders vermogensbestanddelen zou kunnen wegmaken waardoor het beslag geen doel meer treft of slechts ten dele doel treft. De beslissing of verlof wordt verleend hangt hierdoor in grote mate af van de ‘eerlijkheid’ van de verzoeker: stelt deze op overtuigende wijze een reële vordering te hebben, waarvoor deze verhaalsbeslag wenst te leggen, of een recht tot levering of afgifte op de beoogd beslagene te hebben, dan wel belang bij een bewijsbeslag te hebben, dan zal het verlof in beginsel verleend worden. Aan de voorzieningenrechter is de niet eenvoudige taak opgedragen om in korte tijd te beoordelen of een beslag gerechtvaardigd lijkt.2 Dit hoofdstuk bespreekt het onderdeel verlofverlening in brede zin: niet alleen procedurele aspecten komen aan de orde, ook wordt aandacht besteed aan de redenen waarom conservatoir beslag wordt gelegd, de aard van de zaken waarin dit gebeurt, wie beslag leggen, voor welke bedragen, hoeveel verloven jaarlijks worden afgegeven en tenslotte de verhouding tussen de beslaglegger en de beoogd beslagene in het proces van verlofverlening.