Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.9.2
6.9.2 Overgang van de vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS587109:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 530-531; M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 532; Asser/ Hartkamp & Sieburgh 6-1* 2008, nr. 257; Losbladige Verbintenissenrecht 2004 (A.I.M. van Mierlo), art. 6:142, aant. 14; Van Achterberg 1999, nr. 11; Wibier 2009a, nr. 14; Schelhaas 2004, p. 32; Asser/Van Schaick 5-IV 2004, nr. 240; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2006, nr. 274; Wiarda 1937, p. 327-328.
Zie T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 530.
Zie T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 530-531.
Zie T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 530.
Zie T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 530-531. Dit is vergelijkbaar met hetgeen geldt ten aanzien van een vordering tot vervangende schadevergoeding die ontstaat op grond van de wet, zie T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 528.
Zie over de bevoegdheid tot wijziging & hierna nr. 465.
Zie N.v.W., Parl. Gesch. Boek 6, p. 533: '[Dat de in art. 6:142 lid 2 BW] bedoelde rechten slechts nevenrechten zijn voor zover zij aan de vorige schuldeiser toekwamen. Buiten de omschrijving behoort bijvoorbeeld te vallen een boete die volgens het betreffende beding niet aan de schuldeiser maar aan een derde verschuldigd is ... '.
399. Onder de nevenrechten is begrepen het recht van de vorige schuldeiser op bedongen boete, behalve voor zover de boete reeds verbeurd was op het tijdstip van de overgang (art. 6:142 lid 2 BW).1 Net als het begrip 'recht op bedongen rente' heeft het begrip 'recht op bedongen boete' in art. 6:142 lid 2 BW twee betekenissen: het boetebeding en de vorderingen die uit hoofde van dat beding ontstaan, de boetevorderingen. Alleen het boetebeding is het nevenrecht. De boetevorderingen zijn geen nevenrechten; zij zijn zelfstandige vermogensrechten.
Het boetebeding gaat als nevenrecht op de nieuwe schuldeiser over. De vordering uit hoofde van het boetebeding ontstaat in het vermogen van de persoon die partij is bij het boetebeding en die schade lijdt als de schuldeiser van de hoofdvordering (de 'rechthebbende op de hoofdprestatie').2 Bij een tekortkoming van de schuldenaar na de overgang van de hoofdvordering wordt derhalve de nieuwe schuldeiser van de hoofdvordering de schuldeiser van de boetevordering. Boetevorderingen die reeds zijn verbeurd ('ontstaan') vóór het moment van overgang van de hoofdvordering, zijn bestaande boetevorderingen en gaan niet als nevenrechten op de nieuwe schuldeiser over. Zij kunnen afzonderlijk aan hem worden overgedragen.3
Bij een boetevordering die naast de hoofdvordering ontstaat, zoals bij een boetebeding dat beoogt de vertragingsschade te fixeren, leidt art. 6:142 lid 2 BW tot hetzelfde resultaat als bij wettelijke vertragingsschade: de schadevergoedingsvordering komt toe aan de degene die gerechtigd is tot de hoofdprestatie, de (oude of nieuwe) schuldeiser. Niet op grond van de wet, maar op grond van het boetebeding dat als een nevenrecht overgaat, verkrijgt de nieuwe schuldeiser de vordering.4
Bij de boete die bedoeld is ter vervanging van de hoofdprestatie (art. 6:92 lid 1 BW) is de beperking in art. 6:142 lid 2 BW zonder betekenis. Of de boete was op het moment van de overgang nog niet verbeurd, en dan komt zij krachtens deze bepaling bij eventuele latere wanprestaties toe aan de verkrijger van de hoofdvordering, óf zij was reeds verschuldigd geworden, maar dan heeft de overgang (de overdracht) juist betrekking op de voor de hoofdvordering in de plaats getreden boete, zodat zij eveneens toekomt aan de verkrijger, aldus de Toelichting Meijers.5
Door de overgang van de hoofdvordering geldt het boetebeding voortaan tussen de schuldenaar en de nieuwe schuldeiser. Zij zijn na de overgang van de hoofdvordering partij bij dit beding en uit dien hoofde ook bevoegd tot wijziging daarvan. Is een boetebeding overeengekomen ten aanzien van twee of meer hoofdvorderingen, en gaat één hoofdvordering over op de nieuwe schuldeiser, dan leidt het boetebeding een zelfstandig bestaan in beide rechtsverhoudingen (zie hiervoor bij het rentebeding).6
400. Net als het rentebeding kan het boetebeding niet als zodanig bij de oude schuldeiser achterblijven. Het is wel mogelijk, net als bij het rente beding, dat de oude schuldeiser dan wel de nieuwe schuldeiser met de schuldenaar overeenkomt het boetebeding als een derdenbeding in te kleden (art. 6:253 BW),7 of dat de oude schuldeiser dan wel de nieuwe schuldeiser de (toekomstige) boetevorderingen bij voorbaat cedeert (art. 3:97 jo 3:94 BW). Hetzelfde geldt als hiervoor is opgemerkt ten aanzien van het rentebeding, waar kortheidshalve naar zij verwezen.
401. Voor de stille cessie geldt hetzelfde. Vanaf het moment van de stille cessie gaat het boetebeding als nevenrecht op de stille cessionaris over. De boetevorderingen ontstaan vanaf dat moment in zijn vermogen.