V-N Vandaag 2025/2581
Ingehouden Liechtensteinse sociale-zekerheidspremies vormen volgens A-G loon
HR (Parket) 05-12-2025, ECLI:NL:PHR:2025:1325
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
5 december 2025
- Zaaknummer
24/04535
24/04536
24/04537
24/04538
24/04539
24/04540
25/00616
25/01176
- Vakgebied(en)
Premieheffing / Algemeen
Internationale sociale zekerheid / Bijzondere onderwerpen
Loonbelasting / Loon
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2025:1324, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1326, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1405, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1325, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑12‑2025
- Wetingang
Art. 10 Wet LB 1964
Essentie
Advocaat-generaal Pauwels concludeert dat het deel van het brutoloon dat is ingehouden om Liechtensteinse sociale-zekerheidspremies te voldoen, loon vormt voor X. Dat X die premies niet is verschuldigd, is niet van belang.
Samenvatting
Rijnvarende X werkt in loondienst bij het Liechtensteinse A AG. De SVB geeft een A1-verklaring af waarbij de Nederlandse socialezekerheidswetgeving op X van toepassing wordt verklaard van 1 januari 2016 - 31 maart 2019. In zijn IB-aangifte 2018 verzoekt X om PVV-vrijstelling. De inspecteur honoreert dit verzoek niet. Verder is onder andere in geschil of de onverschuldigd betaalde Liechtensteinse socialezekerheidspremies terecht als loon in aanmerking ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.