NJB 2025/2008
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Recht op rechtsbijstand. Afstand van recht. Hoge Raad: In zaken als de onderhavige mag afstand van het recht op rechtsbijstand alleen dan worden aangenomen als de betrokkene zijn wil daartoe in vrijheid heeft kunnen bepalen, die wil ondubbelzinnig kan worden vastgesteld, mede gelet op een mogelijke stoornis, en het doen van afstand in verhouding staat tot het belang van het recht dat daarmee wordt prijsgegeven. Niet blijkt dat hieraan is voldaan.
HR 11-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1138
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juli 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
24/03485
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1138, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:508, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑09‑2024
- Wetingang
Essentie
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Recht op rechtsbijstand. Afstand van recht. Hoge Raad: In zaken als de onderhavige mag afstand van het recht op rechtsbijstand alleen dan worden aangenomen als de betrokkene zijn wil daartoe in vrijheid heeft kunnen bepalen, die wil ondubbelzinnig kan worden vastgesteld, mede gelet op een mogelijke stoornis, en het doen van afstand in verhouding staat tot het belang van het recht dat daarmee wordt prijsgegeven. Niet blijkt dat hieraan is voldaan.
Uitspraak
Procesverloop
In dit geding verzoekt de officier van justitie een zorgmachtiging. Voorafgaand aan de zitting heeft betrokkene verklaard dat zij niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.