Gst. 2025/88
Veluwse methode: geen sprake van strijd met het ne-bis-in-idem-beginsel. (Utrecht)
HR 17-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:896, m.nt. B. van der Vorm
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 juni 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering en C. Caminada
- Zaaknummer
23/02442
- Noot
B. van der Vorm
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD23439:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:896, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:497, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑05‑2025
- Wetingang
(Art. 2 onder C Opiumwet; art. 2:45 APV Utrecht)
Essentie
Veluwse methode: geen sprake van strijd met het ne-bis-in-idem-beginsel. (Utrecht)
Samenvatting
De verdachte heeft, na de eerder opgelegde bestuurlijke last onder dwangsom, de dwangsom verbeurd in verband met het aanwezig hebben cocaïne, en is daarna strafrechtelijk vervolgd. Door de politierechter van de rechtbank Midden-Nederland wordt het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging, omdat de last onder dwangsom moet worden aangemerkt als een criminal charge. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt de verdachte. In deze zaak staat de vraag centraal of hier sprake is van strijd met aan art. 68 Sr ten grondslag liggende ne bis in idem-beginsel zoals ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.