Het EVRM en het materiële omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Het EVRM en het materiële omgevingsrecht (SteR nr. 22) 2015/4.3.1:4.3.1 Inleiding
Het EVRM en het materiële omgevingsrecht (SteR nr. 22) 2015/4.3.1
4.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
D.G.J. Sanderink, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
D.G.J. Sanderink
- JCDI
JCDI:ADS441385:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Omgevingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onder een ‘activiteit’ versta ik, zoals gezegd, ook ‘het hebben of in stand houden van een situatie’.
Deze benadering is in lijn met die van het EHRM, omdat het EHRM bij zich herhalende aantastingen niet alle criteria toepast die het bij toekomstige aantastingen toepast. In het bijzonder past het bij zich herhalende aantastingen niet het vereiste van het reële en onmiddellijke gevaar toe (zie hierover paragraaf 4.2.4.3).
Zie paragraaf 2.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de rechtspraak van het ehrm volgt dat de overheid onder omstandigheden de positieve verplichting heeft om ter beëindiging van een bestaande aantasting van de door artikel 2evrm, artikel 8evrm en/of artikel 1ep beschermde belangen concrete handelingen te verrichten. Van een bestaande aantasting van een of meer van die belangen is sprake, indien het betreffende belang in het heden aangetast wordt als gevolg van een activiteit of natuurlijke gebeurtenis.1 Bij een bestaande aantasting moet, met andere woorden, dus sprake zijn van een causaal verband tussen een activiteit of natuurlijke gebeurtenis enerzijds en een reeds ingetreden aantasting van een door artikel 2 evrm, artikel 8 evrm en/of artikel 1 ep beschermd belang anderzijds.2 In zoverre onderscheidt de bestaande aantasting zich van de (in paragraaf 4.2 besproken) toekomstige aantasting. Bij een toekomstige aantasting is immers nog geen sprake van een aantasting in het heden, maar dreigt deze slechts voor de toekomst. Bij een bestaande aantasting valt allereerst te denken aan voortdurende aantastingen, zoals voortdurende stankoverlast van een veehouderij of fabriek of voortdurende geluidsoverlast van een fabriek of weg. Daarnaast valt bij een bestaande aantasting ook te denken aan zich (steeds) herhalende aantastingen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij herhaaldelijke geluidsoverlast van een nachtclub in de nachtelijke uren. Doordat deze overlast overdag niet plaatsvindt, is geen sprake van een voortdurende aantasting. Theoretisch is het verdedigbaar bij zich herhalende aantastingen te spreken van toekomstige aantastingen in plaats van te spreken van bestaande aantastingen. De concrete handelingen die op basis van de positieve verplichting worden verricht, hebben dan immers tot doel te voorkomen dat een aantasting zich in de toekomst herhaalt. Toch schaar ik de situatie waarin reeds een of meer aantastingen hebben plaatsgevonden en een gevaar bestaat op herhaling onder de bestaande aantastingen. Deze benadering is ook verdedigbaar, omdat in deze situatie een aantasting reeds heeft bestaan en de overheid derhalve moet reageren op een daadwerkelijke aantasting en niet enkel op een gevaar (zoals bij de toekomstige aantastingen). Deze benadering is bovendien in lijn met de benadering van het ehrm.3
Concrete handelingen ter beëindiging van bestaande aantastingen zijn vooral denkbaar bij aantastingen van de door artikel 8evrm en artikel 1ep beschermde belangen. Te denken valt aan aantastingen van het privéleven of het woongenot door geluidsoverlast of luchtverontreiniging. Bovendien kan gedacht worden aan aantastingen van het eigendomsrecht in de vorm van waardedaling door uitzichthinder, geluidsoverlast of luchtvervuiling. Concrete handelingen ter beëindiging van bestaande aantastingen van de door artikel 2evrm beschermde belangen liggen wellicht minder voor de hand, maar zijn niettemin ook mogelijk. Artikel 2 evrm beschermt het leven. Daardoor is het van toepassing bij een overlijden, maar kan het ook van toepassing zijn bij een levensbedreigende ziekte of verwonding.4 Concrete handelingen ter beëindiging van een aantasting in de vorm van overlijden is niet mogelijk, omdat het niet mogelijk is een overleden persoon weer tot leven te wekken. Concrete handelingen ter beëindiging van een aantasting in de vorm van een levensbedreigende ziekte of verwonding zijn wel mogelijk door medische hulp te verlenen (zowel bij ziekte of verwonding door een activiteit als bij ziekte of verwonding door een natuurlijke gebeurtenis). Ik zal het voorgaande illustreren aan de hand van praktijkvoorbeelden uit de rechtspraak van het ehrm.