Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.4.3
3.4.3 Rechtspersoonlijkheidstheorie
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS495376:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wetsvoorstel 3769.
Ph.A.N. Houwing, Subjectief recht, rechtssubject, rechtspersoon, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1939.
Von Savigny en Houwing.
Asser-Van der Grinten-Maeijer 2-11, nr. 1.
Ph.A.N. Houwing, Subjectief recht, rechtssubject, rechtspersoon, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Wil-link 1939. p. 57.
Kamerstukken II 1956/57, 3769, nr. 4, Artikelen 2.1.1 tot en met 2.1.3.
Kamerstukken I1960, 3769, 37ste vergadering.
Ibidem.
Gierke en Scholten.
Kamerstukken II 1958, 3769, 71ste vergadering.
M.J.A. van Mourik,'Aanpassing van de boeken 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek' in: R.S. Meijer, M.J.A. van Mourik en C.L. de Vries Lentsch-Kostense, Wegwijzer nieuw BW, Zwolle: Tjeenk Willink 1992, p. 69.
De wetgever heeft niet expliciet een bepaalde rechtspersoonlijkheidstheorie aanvaard.1 Wel zijn aspecten van diverse theorieën te ontwaren in het Nederlandse rechtspersonenrecht. Houwing onderscheidt verschillende rechtspersoonlijkheidstheorieën.2 Hij heeft rechtspersoonlijkheidtheorieën onderzocht en besproken in zijn proefschrift. Deze theorieën heeft hij gecategoriseerd waarbij aangetekend dient te worden dat tussen de aanhangers van eenzelfde theorie belangrijke verschillen van inzicht bestaan, waardoor ook van subtheorieën gesproken kan worden. Ik noem de voor rechtsvormwijziging het meest relevante theorieën in hoofdlijnen, zonder onderscheid te maken in subtheorieën.
De aanhangers van de fictieleer3 waren van mening dat van nature alleen de mens rechtssubject is. De mens, een natuurlijk persoon, heeft wilsmacht. De term `rechtspersoon' wordt gezien als een afgeleide van een natuurlijk persoon waarvoor het recht geschreven is. Een rechtspersoon heeft geen wilsmacht. De mens kan dus slechts rechtssubject zijn. Een rechtspersoon kan geen rechtssubject zijn. Het recht fingeert die persoonlijkheid bij rechtspersonen die daarmee als rechtssubject gelijk komt te staan met natuurlijke personen.4 De fictie is tweeledig. Allereerst wordt het bestaan van verenigde personen gefingeerd en daarnaast wordt het optreden van een gefingeerde persoon in het rechtsverkeer gefingeerd.5 Aspecten van de fictieleer6 zijn te ontdekken. Een rechtspersoon is een creatie van het recht en gaat uit van de fictie dat een rechtspersoon lijkt op een natuurlijk persoon. De aanhangers van de fictieleer betoogden in de vergadering van dinsdag 10 mei 19607 dat alleen de mens, het individu, persoon is. Indien de wet groepen van individuen en zelfs vermogens min of meer als persoon behandelen maar dan is dat een fictie, die moet steunen op de wet. Witteman (KVP)8 was van oordeel dat het begrip 'rechtspersoon' een juridische constructie was, die niets met realiteit te maken had. Indien de fictietheorie wordt aangehangen, kan een rechtsfiguur als rechtsvormwijziging bestaan. Een rechtspersoon, een fictie van het recht, heeft een bepaalde rechtsvorm. Deze rechtsvorm kan gewijzigd worden.
De leer van de juridische realiteit9 kenden aan rechtspersonen een even grote realiteit toe als aan natuurlijke personen. De rechtspersoon is geen fictie, maar net zo rechtssubject als de mens. De realiteit was een andere, maar niet minder werkelijk. De wil van de rechtspersonen wordt gevormd door haar organen, die op zijn beurt gevormd worden door personen. Wat de organen besluiten, is de wil van de rechtspersoon. De rechtspersoon vormt voor het recht een eenheid, persoonlijkheid, zoals dat ook voor de mens het geval is. Het objectieve recht ziet de rechtspersoon als drager van rechten en plichten. Aanhangers van de realiteitstheorie stelden de vraag waarom alleen de mens, het individu, persoon voor het recht kan zijn. Voor het recht ontleent hij deze benaming en kwaliteit aan de wet, evenals de rechtspersoon. Berkhouwer (VVD)10 hing de realiteitstheorie aan. Aanhangers van deze theorie zien de rechtspersoon op dezelfde wijze als een natuurlijk persoon; een aanknopingspunt in het recht, waaraan het objectieve recht rechtssubjectiviteit verleent. Aspecten zijn te ontwaren van de 'leer' van de juridische realiteit. Dit betekent dat het aantal verschijningsvormen van rechtspersoonlijkheid uitgebreid kan worden. De toepasselijke rechtsregeling laat rechtspersonen eigen vermogen toekomen en rechtssubject zijn. In deze leer is voor de rechtsfiguur rechtsvormwijziging plaats. De rechtspersoon besluit door de betrokken organen tot rechtsvormwijziging. Daarmee wordt de wil van de rechtspersoon tot uitdrukking gebracht.
De leer van de materiële kenmerken onderscheidt verschillende soorten rechtspersonen door materiële kenmerken. Deze leer lag ten grondslag aan de Wet op stichtingen. Als een rechtspersoon niet voldeed aan de materiële kenmerken van zijn soort, dreigde het gevaar van ontbinding van deze rechtspersoon. Deze dreigende ontbinding kon voorkomen worden door rechtsvormwijziging in een rechtspersoon met die materiële kenmerken die de betrokken rechtspersoon had. Rechtsvormwijziging op basis van vrijwilligheid is geen denkbare mogelijkheid indien deze leer wordt aangehangen. De kenmerken van een rechtspersoon bepaalden de rechtsvorm. De rechtsvorm is een gegeven en biedt geen ruimte voor keuze van rechtsvorm. De wetgever heeft deze leer steeds verder verlaten.
Tegenwoordig kennen wij in Nederland een systeem van formele kenmerken. Een rechtspersoon die is opgericht als stichting, is een stichting. Indien de rechtspersoon zich gedraagt als een andere soort rechtspersoon, bestaat het gevaar ontbonden te worden op grond van artikel 2:21 BW. Een formeel criterium bepaalt tegenwoordig de soort rechtspersoon.11 Het gevolg is dat een rechtspersoon in elke willekeurige rechtsvorm haar activiteiten kan bedrijven. Indien de leer van de formele kenmerken wordt aangehangen, is er geen beletsel om, vrijwillig of onvrijwillig, tot rechtsvormwijziging over te gaan. Naar mijn mening dient het begrip 'rechtspersoon' niet gekoppeld te worden aan een natuurlijk persoon. Dit ligt wellicht voor de hand nu het woord 'persoon' onderdeel is van het woord 'rechtspersoon'. Rechtspersoon is een creatie van en voor het recht om het maatschappelijk (rechts)verkeer te vereenvoudigen. Daarnaast biedt de rechtspersoon een groot voordeel als het gaat om het beperken van aansprakelijkheid. Handelingen van rechtspersonen worden niet meer beschouwd als handelingen van de personen die feitelijk gehandeld hebben. De rechtspersoon is zelfstandig aansprakelijk. Aan het begrip 'rechtspersoon' verbindt de wet (rechts)gevolgen. De wet geeft aan welke rechten, verplichtingen en bevoegdheden (kunnen) voortvloeien uit het zijn van rechtspersoon.
Het werd niet mogelijk geacht een algemene regeling van de rechtspersonen aan één theorie te binden. Met afzonderlijke theorieën, zoals de fictietheorie en de realiteitstheorie, kunnen wel bepaalde verschijnselen van de rechtspersoon verklaard worden. De wettelijke regeling met betrekking tot rechtsvormwijziging is ontstaan vanuit concrete wensen en evolueert naar gelang zich nieuwe situaties voordoen die een wettelijke regeling verlangen en heeft geleid tot het inzicht dat rechtsvormwijziging de rechtspersoonlijkheid niet aantast.
De Nederlandse regeling moet meer als praktische wetgeving beschouwd worden. De wetgeving is vormgegeven vanuit concrete behoeften van de rechtspraktijk. Gevolg daarvan is dat bepaalde problematiek dan ook onvoldoende doordacht is in de uiteindelijke uitwerking en dientengevolge soms lastig opgelost kan worden. Een voorbeeld daarvan is de vermogensklem bij stichtingen, één van de meest lastige problemen die zich bij rechtsvormwijziging kan voordoen. De wetgever geeft hiervoor een algemene regeling die voor meerdere uitleg vatbaar is. De praktijk zoekt op basis van die wettelijke regeling naar creatieve oplossingen.
Wat met rechtsvormwijziging bewerkstelligd kan worden, werd voorheen en wordt nu voor gevallen waarin de rechtsfiguur rechtsvormwijziging niet voorziet (zoals grensoverschrijdende rechtsvormwijziging) bewerkstelligd door middel van ontbinding en vereffening van het vermogen van een rechtspersoon. Dat vermogen werd (of: wordt) vervolgens ingebracht in een nieuw op te richten rechtspersoon. Materieel wordt daarmee `rechtsvormwijziging' bewerkstelligd zij het met behulp van ontbinding en oprichting van een rechtspersoon gepaard gaande met de overdracht van vermogen aan een andere rechtspersoon, een essentieel element dat bij de huidige regeling van rechtsvormwijziging ontbreekt.