Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/1.2:1.2 Relevantie van het onderzoek
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/1.2
1.2 Relevantie van het onderzoek
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630581:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek is wetenschappelijk relevant, omdat in de fiscale literatuur nog geen integraal en omvattend onderzoek is gedaan naar de fiscale behandeling van sfeerovergangen in de winstsfeer. In de fiscale literatuur is al wel verschillende keren opgeroepen om een dergelijk onderzoek uit te voeren. De Commissie ter bestudering van veranderingen van het regime voor vermogensbestanddelen van dezelfde belastingplichtige spreekt in haar rapport bijvoorbeeld de hoop uit dat de verrichte inventarisatie van sfeerovergangen en de hoofdlijnen die in het rapport zijn aangegeven anderen zullen aansporen haar arbeid voort te zetten.1 Freudenthal heeft een proefschrift geschreven over sfeerovergangen in de inkomstenbelasting. Daarin geeft hij aan dat hij ervan overtuigd is dat op het gebied van sfeerovergangen binnen de vennootschapsbelasting onderzoeksmogelijkheden zijn.2 Ook Lubbers heeft in een opinie opgeroepen nieuwe regels te bedenken voor de toerekening van baten en lasten bij een sfeerovergang.3
Daarnaast is in de fiscale literatuur verdedigd dat de waardering tegen waarde in het economische verkeer fiscale ongewenste effecten kan hebben. S.A. Stevens betoogt in een drieluik dat de waardering van activa tegen de waarde in het economische verkeer leidt tot een onjuiste bepaling van de totaalwinst bij onrendabele investeringen.4 Ook Bruijsten stelt dat de fiscale openingsbalans slechts als middel moet worden gezien om de totaalwinst te bepalen.5
Naast de leemte in de fiscaalwetenschappelijke kennis, bestaat er ook in de praktijk behoefte aan duidelijkheid en betere regels. Sfeerovergangen hebben zich de afgelopen jaren veelvuldig voorgedaan en zullen zich ook in de toekomst blijven voordoen. Ondernemingen die gebruikmaken van een subjectieve vrijstelling moeten aan strikte voorwaarden voldoen. Daardoor is de kans reëel dat zij op enig moment worden geconfronteerd met een sfeerovergang, omdat zij niet langer aan de voorwaarden kunnen voldoen. Sfeerovergangen worden ook veroorzaakt doordat de grenzen tussen private en publieke instellingen vervagen en publieke instellingen vaker en nadrukkelijker in concurrentie treden met private instellingen. Ook de maatschappelijke opvattingen over de (gewenste) reikwijdte van subjectieve en objectieve vrijstellingen kunnen sfeerovergangen tot gevolg hebben. Wanneer er geen belasting wordt geheven bij de publieke instellingen, maar wel bij de private instellingen, kan er sprake zijn van oneerlijke belastingconcurrentie. De Europese Commissie is alert dat langs die lijn geen verboden staatssteun wordt verstrekt. Bovendien zijn ondernemingen internationaal mobieler geworden, waardoor vaker internationale sfeerovergangen optreden. Onduidelijke of onwerkbare regels leiden tot rechtsonzekerheid en verhoging van de administratieve lastendruk voor zowel de belastingplichtigen als de Belastingdienst. In een aantal situaties is getracht deze onduidelijkheid te ondervangen door bij de aanvang van de belastingplicht van een sector, brancheafspraken te maken over bijvoorbeeld de waardering van specifieke vermogensbestanddelen. Ondanks deze brancheafspraken zijn er nog veel vragen onbeantwoord gebleven en leidt de regeling naar mijn mening tot ongerijmde uitkomsten.
Een goede bepaling van de totaalwinst is essentieel, omdat op basis daarvan de belastingafdracht van een onderneming wordt bepaald. Als voordelen onterecht tot de totaalwinst worden gerekend, of als voordelen onterecht buiten de totaalwinst blijven, dan heeft dit een permanent effect. De verdeling van de belastingopbrengst tussen landen en de budgettaire opbrengst van Nederland zijn dan in het geding. In dat verband kan bijvoorbeeld gewezen worden op de ATAD-richtlijn die lidstaten verplicht een exitheffing in te voeren en een step-up te verlenen bij binnenkomst.6 Uiteraard bepaalt de totaalwinst ook mede de belastingdruk van de belastingplichtige. Deze kan weer van invloed zijn op de concurrentiepositie van ondernemingen. Kortom, een juiste bepaling van de totaalwinst is ook vanuit een maatschappelijk oogpunt van groot belang.