Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/3.4.3.2
3.4.3.2 Het arrest Staat/Van Benten
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS506114:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
HR 7 oktober 1994, NJ 1997/174 m.nt. M. Scheltema, AB 1996/125 m.nt. B.J.P.G. Roozendaal (Staat/Van Benten).
Zie ook HR 11 oktober 1996, NJ 1997/165 m.nt. M. Scheltema, AB 1997/1 m.nt. Th.G. Drupsteen (Leenders/Ubbergen) betreffende een vergunningplicht op grond van een onverbindende regeling. Zie hierover de conclusie van A-G Spier, onder 6.11, voor HR 9 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7774, NJ 2006/93 m.nt. M.R. Mok, AB 2006/286 m.nt. F.J. van Ommeren, JB 2005/275 m.nt. R.J.N. Schlössels (Kuijpers/Valkenswaard).
Het arrest Staat/Van Benten is minstens even belangrijk.1 Van Benten exploiteerde een varkensmesterij, waarin zij gebruik maakte van een installatie voor het koken van voedsel- en slachtafval (‘swill’). In verband met een verbod per 12 april 1986 om swill voorhanden te hebben en te vervoederen, werd de swillkookinstallatie van Van Benten waardeloos. De mogelijkheid bestond om de installatie ter overname aan te bieden aan de kringdirecteur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees tegen een vergoeding op basis van de dagwaarde. Een daartoe strekkend verzoek heeft Van Benten ingediend. Nadien heeft een ambtenaar telefonisch aan Van Benten medegedeeld dat geen omzetbelasting behoefde te worden afgedragen over de schadeloosstelling. Dit is later zonder enig voorbehoud bij brief aan Van Benten bevestigd door het Hoofd Bureau Algemene Zaken van het Directoraat-Generaal Landbouw en Voedselvoorziening. Voor de overname van de swillkookinstallatie van Van Benten heeft de kringdirecteur bij beschikking een schadeloosstelling van fl. 266.840,00 toegekend. De schadeloosstelling bleek echter wél aan btw onderworpen te zijn, reden waarom de accountant van Van Benten de Staat heeft verzocht om de btw over de uitgekeerde vergoeding na te betalen. De kringdirecteur heeft hierop geantwoord dat de aanvullende taxaties plaatsvonden met inbegrip van btw, zodat geen aanleiding bestond een aanvullende schadeloosstelling te verstrekken. Van Benten heeft de Staat vervolgens gedagvaard. De vordering was gebaseerd op de onrechtmatigheid van het verschaffen van onjuiste en onvolledige inlichtingen voorafgaand aan de beschikkingen, waardoor Van Benten heeft gehandeld in de door die inlichtingen gewekte veronderstelling dat in andere zin zou worden beschikt dan is geschied.
Het hof verwierp het beroep van de Staat op de niet-ontvankelijkheid van Van Benten in haar vordering. Volgens het hof stond het Van Benten vrij om, uitgaande van de rechtsgeldigheid van de beschikkingen, op de voet van artikel 1401 BW (thans: artikel 6:162 BW) bij de burgerlijke rechter vergoeding te vorderen van de schade die hij als gevolg van die beschikkingen heeft geleden. Deze vrijheid volgt uit het arrest Staat/Bolsius. Het hof komt vervolgens tot het oordeel dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens Van Benten. Het hof overweegt dat Van Benten erop mocht vertrouwen dat de verstrekte informatie juist was. Of de aangeboden vergoeding in- of exclusief omzetbelasting was, was voor Van Benten van belang bij de beoordeling van de hoogte van de haar aangeboden schadeloosstelling. Van Van Benten behoefde niet te worden verwacht dat zij rekening hield met de mogelijkheid dat de informatie werd verstrekt in de veronderstelling dat Van Benten onder een btw-vrijstelling viel, hetgeen niet het geval was. Indien dat laatste van belang was, had het op de weg van de Staat gelegen daarnaar te informeren. Niet van belang is, aldus het hof, dat de informatie door een taxateur en ambtenaren van het Ministerie van Landbouw en Visserij is verstrekt in plaats van door ambtenaren van het Ministerie van Financiën. De taxateur en de ambtenaren van het Ministerie van Landbouw en Visserij waren belast met de vaststelling van de schadeloosstellingen, zodat eventueel door hen bij Van Benten gewekt vertrouwen onder die omstandigheden door de Staat dient te worden gehonoreerd. De Staat had nog gesteld dat een taxateur had medegedeeld dat de taxatie inclusief omzetbelasting was. Dit verweer passeert het hof op de grond dat Van Benten mocht vertrouwen op de – nadien – van de Staat verkregen informatie.
In cassatie betoogt de Staat dat het hof de formele rechtskracht van een tweetal beschikkingen heeft miskend. Ten eerste van de beschikking waarbij de schadeloosstelling was vastgesteld. Ten tweede van de beschikking waarmee Van Benten werd medegedeeld dat de aanvullende taxaties plaatsvonden met inbegrip van btw. De Hoge Raad overweegt als volgt:
‘Het onderdeel faalt, voor zover het beoogt met dit betoog de opvatting ingang te doen vinden dat de formele rechtskracht van de onderhavige beschikkingen in de weg staat aan een vordering als door Van Benten tegen de Staat ingesteld, waarbij zij, uitgaande van de rechtmatigheid van de beschikkingen, de Staat uit hoofde van onrechtmatige daad aansprakelijk stelt op grond van het vóór die beschikkingen geven van onjuiste, althans onvolledige inlichtingen. Het geven van zodanige inlichtingen is immers onafhankelijk van de inhoud van die beschikkingen onrechtmatig en Van Benten kan dan ook in beginsel vergoeding vorderen van de schade welke zij mocht hebben geleden doordat zij op de juistheid van die inlichtingen is afgegaan. ‘
Uit deze overweging volgt dat de formele rechtskracht van de besluiten niet in de weg staat aan een vordering uit onrechtmatige daad wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, indien het geven van zodanige inlichtingen onafhankelijk van de inhoud van die beschikkingen onrechtmatig is. Het arrest Staat/Van Benten heeft een logische uitkomst in het licht van het arrest Staat/Bolsius. In beide gevallen was de vordering niet gebaseerd op de onjuistheid van een genomen besluit, maar op de zelfstandige verstrekking van onjuiste inlichtingen.2 De juistheid van het besluit was, anders gezegd, niet in geschil. De inlichtingen waren afzonderlijk daarvan onrechtmatig. Het arrest Staat/Van Benten bevat nog enkele andere oordelen die van belang zijn voor het onderwerp van dit boek. Deze oordelen hebben betrekking op de hoedanigheid van de informatieverstrekker (zie hierover paragraaf 4.7.10.3) respectievelijk op het causaal verband tussen onrechtmatige informatieverstrekking en daardoor geleden schade (zie hierover paragraaf 7.2.2.1).