RCR 2023/55
Consumentenkrediet. Kwalificeert een achteraf-betaalservice als consumentenkredietovereenkomst?
HR 26-05-2023, ECLI:NL:HR:2023:778
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 mei 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
22/01716
- Conclusie
plv. P-G mr. M.H. Wissink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS712271:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1008, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:309, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑03‑2025
ECLI:NL:HR:2023:1006, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑06‑2023
ECLI:NL:HR:2023:778, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑05‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1130, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑11‑2022
- Wetingang
Titel 7.2A BW; art. 392 Rv
Essentie
Consumentenkrediet. Onbetekenende kosten.
Kwalificeert een achteraf-betaalservice als consumentenkredietovereenkomst?
Samenvatting
De kantonrechter te Arnhem heeft vorig jaar 20 prejudiciële vragen gesteld over een achteraf-betaalservice (Rb. Gelderland 4 mei 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:2441). Bij het doen van online aankopen had de consument de keuze om de aankopen achteraf te betalen. Er gold een payment fee van € 1 en bij aanhoudend verzuim zouden buitengerechtelijke incassokosten plus wettelijke rente over het aankoopbedrag in rekening worden gebracht. Met de prejudiciële vragen wenst de kantonrechter te vernemen of (i) dit uitstel van betaling kwalificeert als een krediet in de zin van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.