Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VII.7.1:VII.7.1 Inleiding
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VII.7.1
VII.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178816:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In dezelfde zin Timmerman 1995, p. 28.
Timmerman 1995, p. 34.
In dezelfde zin Timmerman 1995, p. 28.
HR 19 december 2014, NJ 2015/231, m.nt. Van Schilfgaarde (Rifgat), waarin de Hoge Raad betrekkelijk uitvoerige regels geeft ter zake van de herroeping van een ontbindingsbesluit.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Reeds naar geldend recht kan de rechter besluiten van een rechtspersoon tegenhouden, schorsen of afdwingen. Uit het voorgaande bleek dat de rechter hiertoe verschillende instrumenten tot beschikking staan. Met de mogelijkheden om besluiten tegen te houden of te schorsen lijkt weinig aan de hand (§ 2-3). Het afdwingen van besluiten lijkt daarentegen omgeven met terughoudendheid en onzekerheid. Weliswaar is aanvaard dat de rechter soms een stem- of besluitgebod kan uitvaardigen, maar de vraag is in welke gevallen hij dat kan en hoever hij daarin mag gaan (§ 4.2). Met nog minder zekerheid is de bevoegdheid omgeven om besluiten namens de rechtspersoon vast te stellen (§ 4.2-4.3).
Tegen die achtergrond lijkt het zinvol nader te regelen dat de rechter besluiten voor de rechtspersoon kan vaststellen. Dat neemt de bestaande onzekerheid weg en biedt meer houvast over de voorwaarden waaronder de rechter voor de rechtspersoon een besluit kan nemen.1 Bovendien brengt een codificatie de mogelijkheid bij meer advocaten onder de aandacht, zodat daarop wellicht vaker een beroep zal worden gedaan. Volgens Timmerman ligt een lawyer’s paradise in het verschiet,2 maar – ik voeg eraan toe – dan wel een paradijs waarin geschillen efficiënt en finaal tot een einde komen. Meer fundamenteel denkend moet degene die is geraakt door een besluit, méér worden geboden dan de nietigheid of de vernietiging van het besluit alleen. Dat diegene nieuwe besluitvorming door het bevoegde orgaan moet afwachten, strookt niet met de gedachte dat hij zijn recht moet kunnen halen. Het is dan niet te zwaarwichtig om van een Rechtsschutzdefizit te spreken. Waar dat kan, zou de rechter dus een vervangend besluit moeten kunnen vaststellen. Anders dan de nietigheid of vernietiging, die niet kunnen helen wat misging, kan de rechter hiermee iets positiefs tot stand brengen, de rechtspersoon verder helpen.3
Anderzijds spreekt vanzelf dat een rechterlijke vaststellingsbevoegdheid niet te zeer behoort in te grijpen in de vrijheid die het bevoegde orgaan toekomt om de besluiten te nemen die het voor de rechtspersoon gewenst acht. De rechter moet er tenslotte voor waken op de stoel van het orgaan plaats te nemen. Dit cliché sluit mijns inziens echter niet categorisch uit dat de rechter een besluit vaststelt, maar spoort er veeleer toe aan om goed te doordenken onder welke voorwaarden hij daartoe bevoegd zou moeten zijn. De rechter past terughoudendheid.
Vanzelfsprekend is Boek 2 BW de aangewezen plaats om een besluitvaststellingsbevoegdheid neer te leggen, al zou mijns inziens ook een uitgewerkte standaarduitspraak van de Hoge Raad – à la de Rifgat-beschikking4 – de weg kunnen wijzen. Het gaat erom dat helder is met welke procedure (§ 7.2), onder welke voorwaarden (§ 7.3) en met welke gevolgen (§ 7.4) de rechter besluiten zou moeten kunnen vaststellen. Overigens bestaat een minder vergaande variant dan de vaststelling van een besluit eruit dat de rechter – zoals in het bestuursrecht gebruikelijk – de rechtspersoon een bepaalde termijn geeft waarbinnen hij moet besluiten. De rechter kan daartoe een besluitgebod opleggen of indachtig de bestuurlijke lus een tussenvonnis wijzen. Ik bespreek deze mogelijkheden niet verder, maar het lijkt aangewezen ook deze nuttige varianten in de wet of in een richtinggevende uitspraak neer te leggen.